De kerkuil is de meest herkenbare uil van Nederland. Dat witte, hartvormige gezicht, de geruisloze vlucht in het donker, het spookachtige gekrijs bij een kerktoren: de kerkuil maakt indruk. Maar achter dat bijzondere uiterlijk gaat een nog bijzonderder dier schuil.
1. De kerkuil is de meest verspreide uil ter wereld
Van alle 200 uilensoorten heeft geen enkele een groter verspreidingsgebied dan de kerkuil. Hij komt voor op alle continenten behalve Antarctica, van Engeland tot Australië en van Canada tot Zuid-Afrika. Alleen woestijnen, poolgebieden en de hoogste bergketens zoals de Himalaya ontbreken op zijn kaart.
2. Jaagt vrijwel uitsluitend op muizen

Het dieet van de kerkuil bestaat voor maar liefst 98 procent uit muizen, met name veld- en spitsmuizen. Andere prooidieren zoals kikkers of kleine vogels zijn zeldzame uitzonderingen. Die specialisatie maakt hem onmisbaar voor boeren: een broedend kerkuilpaar vangt in een goed muizenjaar duizenden muizen per seizoen.
3. Hoort zijn prooi in het pikkedonker
De kerkuil jaagt vrijwel volledig op gehoor. Zijn hartvormige gezichtssluier werkt als een schotelantenne die geluiden opvangt en naar zijn oren leidt. Die oren zitten bovendien asymmetrisch: de ene iets hoger dan de andere. Daardoor kan hij in drie dimensies horen en exact bepalen waar een muis zit, zelfs onder een laag sneeuw of dik gras. Bij volledige duisternis, zonder ook maar één glimp van zijn prooi te zien, slaat hij raak.
4. Vlucht is vrijwel geluidloos
De veren van de kerkuil zijn anders gebouwd dan die van andere vogels. De randen van zijn slagpennen zijn uitgerafeld en fluweelachtig, waardoor de lucht er geruisloos overheen stroomt. Een muis hoort hem simpelweg niet aankomen. Die aanpassing is zo effectief dat wetenschappers de structuur van zijn veren bestuderen als inspiratie voor stillere windturbines en vliegtuigmotoren.
5. Broedt soms drie keer per jaar

De kerkuil begint al vroeg in het voorjaar met broeden, soms al in maart. Hoe vaak en hoeveel eieren hij legt, hangt volledig af van de muizenstand. In een goed muizenjaar kan een legsel oplopen tot twaalf eieren en kan het koppel daarna nog een tweede en zelfs derde broedsel beginnen. In slechte muizenjaren beginnen kerkuilen soms helemaal niet aan een nest.
6. De kerkuil was ooit bijna uitgestorven in Nederland

In de jaren zestig was de kerkuil nagenoeg verdwenen uit Nederland. De strenge winter van 1963 deed al veel schade, maar het landbouwgif DDT maakte het helemaal af: eieren kregen dunne schalen en braken gewoon doormidden. Graanschuren werden vervangen door voedersilo’s, waardoor zijn jachtterrein verdween. In 1979 waren er nog maar zo’n 100 broedparen over.
Dankzij een groot netwerk van vrijwilligers met meer dan 10.000 nestkasten en de inzet van boeren kroop de soort er langzaam weer bovenop. In 2020 telde Nederland weer zo’n 2.900 tot 3.300 broedparen.
7. Slikt zijn prooi in één keer door
De kerkuil kauwt niet: hij slikt muizen in zijn geheel naar binnen. Botten, vacht en al. Wat zijn maag niet kan verteren, perst hij samen tot een compacte bal die hij uitspuugt: de braakbal. Door die braakballen te onderzoeken weten wetenschappers precies wat de kerkuil eet en welke muizensoorten er in een bepaald gebied leven.
8. Trouw aan broedplaats én aan elkaar
Een kerkuil verlaat zijn territorium vrijwel nooit. Volwassen dieren blijven vaak hun hele leven op dezelfde plek broeden. Ze paren bovendien voor het leven: eenmaal een partner gevonden, blijft dat zo. Alleen als een partner sterft gaat de achterblijver op zoek naar een nieuwe. Die plaatstrouw maakt de kerkuil extra kwetsbaar voor veranderingen in zijn omgeving, want uitwijken doet hij niet snel.
9. Zeer gevoelig voor strenge winters
Van alle Nederlandse uilen is de kerkuil het minst bestand tegen langdurige vorst en sneeuw. Bij een dikke sneeuwlaag kan hij zijn prooi niet meer horen of vangen en verhongert hij snel. Zijn relatief dunne verenlaag helpt ook niet mee in de kou.
Strenge winters kunnen de Nederlandse populatie in één klap met tientallen procenten terugbrengen. Dat is ook de reden waarom hij nog steeds als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst staat.
10. Gekrijs inspireerde eeuwen aan spookverhalen
De kerkuil roept niet zoals andere uilen. Hij geeft een schril, raspend gekrijs dat in het donker bij een kerktoren klinkt als iets uit een horrorfilm. Geen wonder dat hij door de eeuwen heen in vrijwel alle Europese culturen werd gezien als een voorbode van de dood of een teken van onheil. In de Middeleeuwen geloofden mensen dat een kerkuil op je dak betekende dat iemand in het gezin zou sterven.