15 Weetjes over de Vliegende Vis
Vliegende vissen lijken iets uit een sciencefictionfilm, maar ze bestaan echt. Deze bijzondere vissen springen uit het water en zweven tientallen tot honderden meters door de lucht. Dit zijn 15 weetjes over deze unieke zwemmers.
1. Vliegen niet, maar zweven
Vliegende vissen fladderen niet met hun vinnen zoals vogels met hun vleugels. Ze sprinten onder water tot hoge snelheid, schieten dan schuin omhoog uit het water en spreiden hun lange borstvinnen als vaste vleugels. Daarna zweven ze op de luchtstroom, soms meer dan 400 meter ver. Het is zweefvlucht, geen actief vliegen.
2. Halen hoge snelheden onder water
Om voldoende vaart te maken voor de sprong zwemmen vliegende vissen in het water tot snelheden van rond de 60 kilometer per uur. Eenmaal in de lucht houden ze die snelheid vast of worden ze zelfs iets sneller doordat de luchtweerstand lager is dan de waterweerstand. Hun ondiepe staart slaat daarbij snel over het wateroppervlak om extra stuwkracht te geven.
3. Springen om roofdieren te ontwijken
De voornaamste functie van het zweven is ontsnapping. Tonijnen, dolfijnen, marlijnvissen en zwaardvissen jagen op vliegende vissen in het water. Door uit het water te springen onttrekken ze zich abrupt aan de achtervolging. In de lucht zijn ze buiten bereik van de meeste mariene roofdieren, al wachten zeevogels soms bovenaan op hen.
4. Sommige soorten hebben vier vinnen als vleugels
De meeste vliegende vissen gebruiken alleen hun vergrote borstvinnen als zweefoppervlak. Maar sommige soorten, zoals Hirundichthys affinis, hebben ook sterk vergrote buikvinnen. Die vier “vleugels” geven extra stabiliteit en liftkracht tijdens de zweefvlucht, waardoor ze langer in de lucht kunnen blijven en preciezer kunnen sturen.
5. Maken meerdere sprongen achter elkaar
Als een vliegende vis bij het neerkomen merkt dat zijn belager nog steeds achter hem aan zit, slaat hij zijn staart snel door het water om direct opnieuw op te stijgen. Die techniek, taxiing genaamd, stelt hem in staat om een reeks sprongen aan elkaar te koppelen en zo veel langer buiten bereik te blijven dan met één sprong mogelijk is.
6. Zweefvlucht werkt als een vliegtuigvleugel
De borstvinnen van een vliegende vis zijn in doorsnede enigszins gebogen, vergelijkbaar met een vleugelprofielvorm. Daardoor ontstaat bij luchtstroom een drukverschil tussen de boven- en onderkant van de vin, wat lift genereert. Dat is precies hetzelfde principe als bij een zweefvliegtuig of een vliegtuigvleugel. De vis kantelt zijn lichaam licht omhoog om die lift te maximaliseren.
7. Leven in tropische en subtropische oceanen
Vliegende vissen komen voor in de warmere delen van de Atlantische, Indische en Stille Oceaan. Ze leven bij voorkeur in open water dicht bij het oppervlak, waar ze zich voeden met plankton en kleine schaaldieren. In koude wateren komen ze nauwelijks voor: de lagere watertemperatuur en de minder gunstige luchtstromingen maken zweefvlucht daar minder effectief.
8. Eieren hechten zich vast met kleverige draden
Vliegende vissen leggen eieren die zijn voorzien van lange kleverige filamenten. Daarmee hechten de eieren zich vast aan drijvend zeewier, drijfhout of andere objecten aan het wateroppervlak. Zo blijven ze in de bovenste, warmere waterlaag waar genoeg licht en warmte is om zich te ontwikkelen, en drijven ze niet af naar koud of diep water.
9. Goed zichtbaar vanaf boten
Zeilers en vissers op open oceaan zien vliegende vissen regelmatig. Ze springen soms in grote groepen tegelijk op, vermoedelijk doordat een roofdier de hele school in beweging brengt. Bij rustig weer en vlak water zijn de sprongen indrukwekkend te volgen: de vis scheert soms over tientallen golven voor hij weer het water raakt.
10. Blijven tot 6 seconden in de lucht
Afhankelijk van windrichting en -snelheid kunnen vliegende vissen tot zo’n 6 seconden zweven. Bij een gunstige wind van achteren kunnen ze tot 400 meter afleggen in één vlucht. Dat is uitzonderlijk: de meeste zweefvluchten duren 1 à 2 seconden en beslaan enkele tientallen meters.
11. Gestroomlijnd lichaam voor maximale snelheid
Het lichaam van een vliegende vis is lang, slank en cilindrisch, met een sterk gevorkte staartvin waarvan de onderste helft langer is dan de bovenste. Die asymmetrische staart is ideaal voor de taxiingfase: de langere onderkant kan het water krachtig omlaag slaan terwijl het lichaam al grotendeels in de lucht is, wat extra stuwkracht geeft bij de start van elke zweefvlucht.
12. Worden gegeten en als tobiko gebruikt

In Japan, het Caribisch gebied en delen van Azië worden vliegende vissen gevangen voor consumptie. In Japan staan hun kleine oranje eitjes bekend als tobiko, een veelgebruikte sushigarnituur met een lichte knapperige textuur. Op Barbados is de vliegende vis zo belangrijk dat hij op het wapen van het land staat: het eiland noemt zichzelf trots het “land van de vliegende vis”.
13. Actief bij schemering en nacht
Vliegende vissen zijn hoofdzakelijk actief in de schemering en ’s nachts, wanneer ze naar het oppervlak komen om te foerageren op plankton en kleine organismen. Overdag blijven ze dieper. Die nachtactiviteit maakt ze lastig te bestuderen, maar zeilers die ’s avonds lichten aan boord hebben zien soms grote aantallen vliegende vissen richting het licht vliegen, aangetrokken door de gloed.
14. Belanden soms in boten
Omdat ze grote afstanden zweven zonder koers te kunnen corrigeren, belanden vliegende vissen regelmatig op het dek van schepen. Zeilers op de open oceaan vinden ’s ochtends soms meerdere exemplaren aan boord. Nachtelijke vaarders hebben gemeld dat ze werden geraakt door een vliegende vis die richting een lamp zweefde. Het is onprettig maar niet gevaarlijk voor mensen.
15. Bestaan al tientallen miljoenen jaren
Fossielen tonen aan dat voorlopers van de vliegende vis al tientallen miljoenen jaren geleden bestonden. De precieze ouderdom van de huidige familie Exocoetidae is onderwerp van discussie, maar het zweefmechanisme is een evolutionaire aanpassing die al in het Eoceen opdook. Het feit dat zweefvlucht zo lang bewaard is gebleven, bewijst hoe effectief het is als overlevingsstrategie tegen mariene roofdieren.
