Ken je dat gevoel? Je trekt de poort netjes in het slot, loopt naar binnen en als je uit het raam kijkt, staat je hond alweer vrolijk bij de buren in de tuin. Sommige dieren lijken wel volleerde ontsnappingsgoochelaars. In de natuur is razendsnel wegkomen een briljant overlevingsmechanisme. Thuis of in een dierenpark kan het daarentegen een flinke dosis hoofdpijn opleveren.
Als je zelf dieren houdt die het hek als een leuke puzzel zien, weet je inmiddels dat een simpel rolletje gaas van de bouwmarkt zelden voldoende is. Voor boerderijdieren en slimme hondenrassen is een professionele afrastering van bijvoorbeeld Arfman echt een absolute vereiste om de boel veilig op het eigen terrein te houden.
Welke dieren stiekem de grootste ontsnappingskunstenaars zijn? We hebben de vijf beruchtste voor je op een rij gezet.
1. De Octopus
Dit is zonder enige twijfel de ongekroonde koning van de ontsnapping. Een octopus heeft helemaal geen botten in zijn lijf. Dat betekent dat hij zich moeiteloos door elk gaatje kan persen, zolang de opening exact zo groot is als zijn harde snavel.
Het internet staat vol met waanzinnige verhalen van octopussen in aquaria die stiekem uit hun eigen tank klimmen. Ze glijden vervolgens over de koude vloer naar de bak ernaast, eten daar op hun gemak de vissen op en kruipen geruisloos weer terug in hun eigen verblijf. Alsof er helemaal niets is gebeurd.
2. De Geit

Zet een geit in een wei en hij ziet het hek direct als een persoonlijke uitdaging. Geiten zijn extreem lenig en hebben een bizar goed evenwichtsgevoel. Staat er toevallig een boomstronk of een voerbak in de buurt van de omheining? Dan gebruiken ze die zonder twijfel als springplank.
Ze hebben eng veel geduld. Ze kauwen gerust net zolang op houten sluitingen tot deze met een zachte klik openspringen.
3. De Honingdas
Misschien heb je wel eens gehoord van Stoffel. Deze honingdas werd een wereldwijde legende door zijn ontsnappingen uit een verblijf in Zuid-Afrika.
Stoffel gebruikte werkelijk alles wat hij kon vinden om over de hoge stenen muur te klimmen. Stenen, takken, rondslingerende harken en zelfs zelfgemaakte ballen van modder dienden als trap. Zodra zijn verzorgers dachten dat ze het verblijf eindelijk veilig hadden gemaakt, verzon hij weer een compleet nieuwe methode.
4. De Siberische Husky

Veel kersverse hondeneigenaren komen er net iets te laat achter hoe slim een Husky eigenlijk is. Ze hebben een enorme drang om te rennen en de wijde wereld te verkennen. Een simpel hekje in de achtertuin houdt ze echt niet tegen.
Ze graven er in rap tempo een diepe tunnel onderdoor. Is de grond te hard? Dan klimmen ze via het gaas simpelweg naar de andere kant. Het zijn prachtige honden, je tuin moet wel gebouwd zijn als een kleine vesting om ze binnen te houden.
5. De Orang-oetan

Deze mensapen observeren de wereld om zich heen ontzettend goed. In dierentuinen is vaker gebleken dat orang-oetans exact bestuderen hoe hun verzorgers sloten openmaken. Ze onthouden elke handeling.
Soms verstoppen ze kleine stukjes ijzerdraad in hun mond om de sloten later stiekem zelf open te peuteren. Ze wachten rustig op het perfecte moment, bijvoorbeeld wanneer de bewaker net even de andere kant op kijkt, om hun ingenieuze plan uit te voeren.