De ransuil is dankzij zijn twee oorpluimen in opvallende verschijning. Deze uil vertoeft het liefste in de buurt van open velden, waar hij vooral op muizen jaagt. Ze hebben zich over heel Nederland verspreid.

1. Die pluimen zijn geen oren

ransuil (2)

Het meest opvallende kenmerk van de ransuil zijn de lange, donkere veerplukjes op zijn kop die eruitzien als oren. Het zijn geen oren: de echte oren zitten verborgen aan de zijkant van zijn hoofd. De pluimen zijn puur visueel en dienen als communicatiemiddel. Als de ransuil ontspannen is hangen ze plat; bij alertheid of dreiging rijzen ze omhoog. De wetenschappelijke naam Asio otus betekent letterlijk “ooruil”.

2. Ooit de meest voorkomende uil van Nederland

Tot veertig jaar geleden was de ransuil met zo’n 10.000 broedparen de meest voorkomende uil van Nederland. Inmiddels is dat aantal gehalveerd en staat hij als kwetsbaar op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels.

De achteruitgang heeft meerdere oorzaken: de opmars van de havik, het verdwijnen van veldmuizen door intensieve landbouw en het teruglopen van het aantal lege kraai- en eksternesten.

3. Pikt het nest in van een ander

ekster nest
Een ekster nest is populair bij de Ransuil

De ransuil bouwt nooit zelf een nest. Hij is volledig afhankelijk van verlaten nesten van eksters, kraaien en roeken. Dat maakt hem kwetsbaar: als die soorten in een gebied verdwijnen of minder nesten achterlaten, heeft de ransuil geen broedplek.
Soms wordt ook een nest van een buizerd of een sperwer gebruikt, en bij uitzondering broedt hij op de grond.

4. Leeft bijna uitsluitend van veldmuizen

Het dieet van de ransuil bestaat voor meer dan 90 procent uit veldmuizen. Die eenzijdige voorkeur maakt hem direct afhankelijk van de muizenstand, die van nature in cycli van drie tot vier jaar piekt en daalt.

In een goed muizenjaar kan een ransuil meerdere jongen grootbrengen. In een slecht jaar beginnen sommige paren helemaal niet aan een broedpoging.

5. Gebruikt mensen als schild tegen de havik

De havik is de grootste bedreiging voor de ransuil en zijn jongen. Maar haviken mijden menselijke bebouwing. Ransuilen hebben dat ontdekt en zoeken steeds vaker hun heil in stadsparken, begraafplaatsen, volkstuinen en tuinen met dichte naaldbomen. Daar is de havik afwezig en zijn vaak voldoende eksternesten te vinden. Het is een opmerkelijke aanpassing: de ransuil gebruikt de mens als beschermend schild.

6. Rekt zichzelf uit als hij gevaar ziet

ransuil camouflage

Als de ransuil zich bedreigd voelt, gedraagt hij zich heel anders dan de meeste vogels. In plaats van weg te vliegen, perst hij zijn veren strak tegen zijn lichaam en rekt hij zich zo lang mogelijk uit. Combineer dat met zijn gestreepte, boomschorsgekleurde verenkleed en hij is vrijwel onzichtbaar als een dode tak. Zijn ogen knipt hij half dicht zodat ook de geeloranje kleur hem niet verraadt.

7. Slaapt in de winter in grote groepen

groep ransuilen

In de herfst en winter verzamelen ransuilen zich op vaste roestplaatsen in naaldbomen, struiken of knotwilgen. Dat zijn soms tientallen vogels tegelijk, soms zelfs meer dan honderd. Die gezamenlijke roestplaatsen zijn vaak jaren achtereen in gebruik. Ransuilen uit Noordoost-Europa trekken in de winter naar het zuiden en versterken dan de Nederlandse populatie op die roestplaatsen.

8. Legt vier tot zes eieren per broedsel

De eileg begint eind maart tot half april. Een legsel bestaat gemiddeld uit vier tot zes glanzend witte, ronde eieren die worden gelegd met tussenpozen van twee tot drie dagen. Het vrouwtje begint direct met broeden na het eerste ei, waardoor de kuikens niet allemaal tegelijk uitkomen. In een goed muizenjaar worden de meeste jongen vliegvlug; in een slecht jaar overleven soms alleen de vroegst geboren kuikens.

9. Jongen verlaten vroeg het nest en klimmen in bomen

Na drie weken verlaten de jonge ransuilen het nest al, lang voor ze kunnen vliegen. Ze klimmen dan in naburige takken en wachten daar op voedsel van de ouders. In die periode zijn ze makkelijk te vinden en klinkt hun indringende, zeurende bedelberoep ver door de nacht. Na vijf weken zijn ze vliegvlug en na een paar maanden trekken ze honderden kilometers weg om een eigen territorium te zoeken.

10. Vrijwel stil, op één geluid na

De ransuil is een van de stilste uilen van Nederland. Zijn baltsroep, een zacht en regelmatig “hoe-hoe-hoe”, is onopvallend en gemakkelijk te missen. Maar het bedelgeroep van zijn jongen is dat allerminst: een doordringend, eindeloos herhaald piepend gekrijs dat klinkt als een niet-geoliede tuinpoort. Wie dat geluid ’s nachts in een park hoort en denkt aan een gespookt dier, heeft waarschijnlijk jonge ransuilen gevonden.

Over

Op dierenfun.com schrijven we weetjes lijstjes over de leukste en meest bijzondere dieren die op aarde rondlopen. 

Dierenfun.com is onderdeel van: MV Affiliate Marketing / groei.mediakvk: 30256107

foto’s via DepositPhotos

© 2026 groei.media