De zalm staat bekend om zijn indrukwekkende trektochten, zijn bijzondere levenscyclus en zijn rol in het ecosysteem. Maar er valt veel meer te vertellen over deze vis dan zijn bekende sprong tegen de waterval.
1. Leeft in zowel zoet als zout water
Zalmen worden geboren in zoet water, trekken als jonge vis naar de oceaan om op te groeien, en keren jaren later terug naar precies dezelfde rivier om zich voort te planten. Dit proces heet anadromie. De omschakeling van zoet naar zout water en terug vereist ingrijpende veranderingen in hun stofwisseling, nieren en huidstructuur.
2. Vinden hun geboorteplek terug op reuk
Zalmen leggen soms duizenden kilometers af in de oceaan, maar keren altijd terug naar de exacte rivier en beek waar ze zijn geboren. Ze doen dat op basis van geur: elke waterloop heeft een unieke chemische samenstelling die ze als jonge vis inprenten. Dat geheugen blijft jaren intact, ook nadat ze jaren in de open oceaan hebben gezwommen.
3. De roze kleur komt van hun dieet
Zalmvlees is roze of rood door het pigment astaxanthine, dat zalmen opnemen via krill en garnalen in de oceaan. Kweekzalmen krijgen dit pigment toegevoegd aan hun voer, anders zou hun vlees grauwwit zijn. De kleurintensiteit varieert per soort en dieet: wilde Pacifische zalm is doorgaans donkerder dan kweekzalm uit de Atlantische aquacultuur.
4. Springen tot 3 meter hoog
Tijdens hun trektocht stroomopwaarts overwinnen zalmen watervallen en stroomversnellingen door er tegenin te springen. Ze kunnen tot zo’n 3 meter hoog komen. Daarvoor nemen ze een aanloop in het rustiger water onder de waterval en schieten omhoog met hun staart als motor. Bij hogere watervallen proberen ze soms tientallen keren voor ze slagen of het opgeven.
5. Ondergaan een lichamelijke metamorfose
Als jonge zalmen, smolts genaamd, de rivier verlaten richting zee, verandert hun lichaam ingrijpend. Ze krijgen een zilveren kleur, hun nieren passen zich aan om zout uit het water te filteren in plaats van zout vast te houden, en hun hormoonhuishouding verandert volledig. Diezelfde omschakeling vindt in omgekeerde volgorde plaats als ze als volwassen vis terugkeren naar zoet water.
6. Wilde zalm en kweekzalm zijn niet hetzelfde
Wilde zalm groeit op in rivieren en de open oceaan en eet wat hij aantreft. Kweekzalm leeft in bassins en krijgt samengesteld voer. Dat verschil is terug te zien in de samenstelling: kweekzalm bevat doorgaans meer vet, meer omega-6 vetzuren en minder van de micronutriënten die wilde zalm opdoet via zijn gevarieerde dieet. De smaak en textuur zijn ook merkbaar anders.
7. Legt tot 5.000 kilometer af

Sommige zalmen leggen meer dan 5.000 kilometer af tussen hun oceaangebied en hun geboorterivier. De chinookzalm in Alaska trekt via de Yukon-rivier tot diep in Canada, een van de langste anadrome trektochten ter wereld. Ze eten tijdens die tocht vrijwel niet en leven op hun vetreserves die ze in de oceaan hebben opgebouwd.
8. Sterven na het paren
De meeste Pacifische zalmsoorten sterven kort na de voortplanting. De terugtocht kost zo veel energie dat hun lichaam letterlijk uitgeput raakt. Na het paaien vallen ze uiteen en worden ze voedsel voor beren, adelaars, otters en micro-organismen. Die stervende zalmen transporteren zo mariene voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor vanuit de oceaan naar rivieren en bossen, soms kilometers landinwaarts.
9. Er zijn zes belangrijke soorten

Er zijn zes veelbesproken soorten: de Atlantische zalm en vijf Pacifische soorten, de chinook, coho, sockeye, roze zalm en chum. De Atlantische zalm is de enige soort die niet altijd sterft na de voortplanting: sommige exemplaren overleven en keren terug naar zee om later opnieuw te paaien. Pacifische soorten paaien altijd maar één keer.
10. Essentieel voor rivieren en bossen
Dode zalmen zijn een van de belangrijkste nutriëntenbronnen voor ecosystemen langs rivieren. Onderzoek in Noord-Amerika toont aan dat bomen langs zalmrivieren sneller groeien dan vergelijkbare bomen langs rivieren zonder zalm. De stikstof uit zalmkarkassen is zelfs teruggevonden in de bladeren van bomen op honderden meters van de oever, verspreid door dieren die zalm hebben gegeten.
11. Jonge zalmen worden smolts genoemd
Jonge zalmen die nog in de rivier leven heten parr en zijn herkenbaar aan donkere dwarsstrepen op hun flanken, camouflage voor het rivierhabitat. Als ze klaar zijn om naar zee te trekken, ondergaan ze de smoltificatie: ze krijgen een zilveren kleur, hun strepen verdwijnen en hun hele fysiologie stelt zich in op het leven in zout water. Dat proces wordt getriggerd door daglengte en watertemperatuur.
12. De koningszalm weegt tot 45 kilo
De koningszalm of chinookzalm is de grootste zalmsoort ter wereld. Hij kan 1,5 meter lang worden en meer dan 45 kilo wegen. Het grootste ooit geregistreerde exemplaar woog 57,3 kilo en werd gevangen in Alaska. De koningszalm staat ook bekend als de vetste van alle zalmsoorten, wat hem bijzonder gewild maakt als eetvis.
13. Al eeuwen een basisvoedsel
Zalm is al duizenden jaren een van de belangrijkste voedselbronnen voor mensen langs de Noord-Atlantische en Noord-Pacifische kusten. Bij inheemse volkeren van Noord-Amerika was zalm het hart van de voedselcultuur en speelde hij een centrale rol in religie, ceremonie en handel. Gedroogde zalm was een van de weinige eiwitrijke voedingsmiddelen die lang bewaard kon worden voor de winter.
14. Klimaatverandering bedreigt de soort
Zalmen hebben koude, zuurstofrijke rivieren nodig om te paaien en op te groeien. Door de opwarming van de aarde stijgen riviertemperaturen, daalt het zuurstofgehalte en veranderen neerslagpatronen die bepalend zijn voor waterstand en stroomsnelheid. Dammen blokkeren trektochten en vervuiling tast paaigebieden aan. In veel rivieren in Europa en Noord-Amerika zijn zalmpopulaties de afgelopen decennia sterk teruggelopen.
