12 Opvallende Weetjes over het Damhert
Met zijn gevlekte vacht en brede, platte gewei is het damhert een van de mooiste herten van Nederland. Je ziet ze in de duinen, op de Veluwe en in veel hertenkampen. Toch is het damhert hier van oorsprong helemaal niet thuis. Hier zijn 12 opvallende weetjes over het damhert.
1. Het damhert zit tussen het ree en het edelhert in
Een mannelijk damhert, de bok, is 130 tot 170 centimeter lang, 85 tot 95 centimeter hoog bij de schouder en weegt 50 tot 100 kilo. Het vrouwtje, de hinde, is kleiner en weegt 35 tot 55 kilo. Daarmee is het damhert groter dan een ree, maar veel kleiner dan een edelhert, dat tot 160 kilo kan wegen.
2. Je herkent de bok aan zijn schoffelgewei
Alleen de mannetjes hebben een gewei, en dat ziet er anders uit dan bij andere herten in Nederland: breed en plat, als een schoffel of een hand. Een geweistang kan zo’n 50 centimeter lang worden. In zijn tweede jaar heeft een jonge bok nog een simpele spies, pas vanaf het derde jaar krijgt het gewei zijtakken.
Het gewei is op zijn grootst als de bok 8 tot 12 jaar oud is. Daarna wordt het weer kleiner. Elk jaar in april of mei werpt hij het af, waarna meteen een nieuw gewei begint te groeien. In augustus en september schuurt hij de bast eraf.
3. Een damhert kan zwart of helemaal wit zijn
Oorspronkelijk is het damhert rood- tot geelbruin met lichte vlekken. In de zomer is de vacht kastanjebruin, vaak met witte vlekken, in de winter grijsbeige. Maar er bestaan veel kleurvarianten, ook binnen één groep. Je ziet soms effen zwarte damherten en zelfs helemaal witte.
4. Zijn achterwerk heeft een zwarte rand
Het damhert heeft een opvallende staart van 15 tot 20 centimeter met een donkere streep erover. Zijn spiegel, het lichte achterwerk, is meestal wit met een zwarte rand aan de bovenkant. Over het achterste deel van de rug loopt een donkere streep. Ruikt een damhert gevaar, dan heft het zijn staart om de anderen te waarschuwen.
5. Mensen hebben het damhert over Europa verspreid
Tijdens de laatste ijstijd verdween het damhert uit het grootste deel van Europa en bleef het alleen over in Turkije en misschien in Zuidoost-Europa. Duizenden jaren geleden brachten mensen het terug, eerst rond de Middellandse Zee en later naar Midden- en Noord-Europa. Romeinen, Feniciërs en Normandiërs speelden daarbij een rol. De Normandiërs namen het in de elfde eeuw mee naar Engeland.
Inmiddels is het damhert het meest wijdverspreide hert ter wereld. In Turkije, waar het vandaan komt, is de wilde populatie juist bijna verdwenen.
6. In Nederland leeft het vooral in de duinen

Duingebieden zijn voor het damhert ideaal. Grote groepen leven in de duinen van Kennemerland, waaronder de Amsterdamse Waterleidingduinen, en op Schouwen-Duiveland. Ook op de Veluwe, de Manteling van Walcheren, in het Horsterwold en op de Utrechtse Heuvelrug komen ze voor.
Daarnaast ontsnappen er regelmatig damherten uit kinderboerderijen en hertenkampen. Daardoor leven er in bijna elke provincie kleine groepjes in de vrije natuur. Op de Waddeneilanden ontbreekt het damhert.
7. In de Waterleidingduinen werden het er te veel
In de Amsterdamse Waterleidingduinen groeide het aantal damherten zo hard dat beheerder Waternet in 2016 begon met afschieten. Er leefden toen zo’n 3.000 damherten in het gebied, en het doel was om dat in vijf jaar terug te brengen naar 800.
De dieren liepen regelmatig het gebied uit, bijvoorbeeld door de straten van Zandvoort. Ook vraten ze zoveel dat de natuur in de duinen eronder leed. Het afschot leidde tot veel protest.
8. In de bronst vechten de bokken om een plekje
De bronst van het damhert valt van de tweede helft van oktober tot begin november, na die van het edelhert. De bokken vechten dan om een bronstplaats. Meestal zijn dat schijngevechten, echte gevechten met doden komen zelden voor.
Een bok markeert zijn plek door langs bomen te schuren en een ondiepe kuil te krabben, die hij met urine besproeit en waarin hij zelf rolt. Om hindes te lokken brult hij met boerende en knorrende geluiden. De hindes laten zelf een soort miauwend geluid horen. De meeste bokken doen pas vanaf hun vierde jaar mee. In de video zie je hoe dat eraan toegaat.
9. Buiten de bronst leven bokken en hindes apart

Na de paartijd trekken de bokken samen op in vrijgezellengroepjes. De hindes leven met hun kalveren van dit en vorig jaar in groepen van vijf tot zeven dieren, onder leiding van een dominant vrouwtje. In de winter trekken bokken en hindes vaak weer samen op.
10. Een kalf heeft bij de geboorte al vlekken
Na een draagtijd van ruim zeven maanden, 225 tot 237 dagen, wordt het kalf geboren tussen mei en juli. Meestal is het er één, zelden twee. Een pasgeboren kalf weegt ongeveer 4,5 kilo en heeft al dezelfde vlekken als de volwassen dieren.
De eerste weken verstopt het kalf zich in de begroeiing. Na twaalf weken loopt het mee met de groep en graast het mee. Het leven is zwaar voor een kalfje: ongeveer een kwart van de pasgeboren jongen sterft.
11. Het damhert is een schemeringsdier geworden
Van nature zijn damherten overdag actief. Door jacht en verstoring zijn ze vooral in de schemering op pad gegaan. Wil je ze zien, ga dan vroeg in de ochtend of in de avond op pad. Damherten verstarren vaak als ze je zien, dus blijf zelf ook stilstaan.
Ze eten alleen planten: grassen, kruiden, jonge bladeren, eikels, beukennoten en granen, en in de winter ook schors, hulst en heide.
12. De wolf is zijn enige natuurlijke vijand

In Nederland is de wolf de enige natuurlijke vijand van het damhert. De meeste damherten sterven echter door jacht en verkeer. Damherten kunnen goed zwemmen en springen tot 2,5 meter ver en 2 meter hoog. In een omheind gebied worden hindes tot 23 jaar oud, bokken tot 13 jaar.
Meer over het grotere broertje lees je in de weetjes over het edelhert.
