13 Verrassende Weetjes over het Ree
Je ziet ze in de schemering langs een bosrand staan, of ze springen ineens weg over een akker: reeën. Het ree is het hert dat je in Nederland het vaakst tegenkomt. Toch weet bijna niemand dat reebokken hun gewei midden in de winter laten groeien, of dat een reekalf al maanden voor zijn geboorte op pauze staat. Hier zijn 13 verrassende weetjes over het ree.
1. Het ree is het kleinste inheemse hert van Nederland

Een volwassen ree is 95 tot 140 centimeter lang, 60 tot 90 centimeter hoog bij de schouder en weegt 16 tot 35 kilo. Mannetjes zijn iets groter dan vrouwtjes. Het mannetje heet een bok, het vrouwtje een geit en het jong een reekalf. Een groepje reeën heet een sprong.
2. Het is ook het meest voorkomende hert van Europa
Het ree leeft in bijna heel Europa en is daar de meest voorkomende hertensoort. In Nederland zie je ze bijna overal, ook vlak bij dorpen en steden. Alleen in delen van Noord- en Zuid-Holland en op Texel en Vlieland ontbreken ze.
Dat was niet altijd zo. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam het aantal reeën sterk af, maar inmiddels is de stand weer helemaal hersteld.
3. Een ree heeft geen staart, maar wel een poederdons
Reeën hebben geen zichtbare staart. Daardoor valt hun witgele achterwerk, de spiegel, extra op. Bij de geit is de spiegel hartvormig, bij de bok ovaal. Schrikt een ree, dan spreidt het de witte haren uit, zodat de spiegel op een poederdons lijkt. Zo waarschuwt het andere reeën.
In de zomer is de vacht zandgeel tot roodbruin, in de herfst wordt hij langer en grijsbruin. Heel af en toe zie je een zwart of wit ree.
4. De bok laat zijn gewei in de winter groeien

Een reebok werpt zijn gewei in oktober of november af, soms pas in december. Meteen daarna groeit er een nieuw gewei, midden in de winter. Dat is bijzonder, want edelherten en damherten laten hun gewei juist in het voorjaar en de zomer groeien.
Van maart tot juni schuurt de bok de bast, het huidje rond het nieuwe gewei, eraf tegen jonge boompjes. Die veegsporen zie je vaak langs paden en bosranden. Een volwassen bok heeft een gewei van hooguit 25 centimeter met drie tot zes punten.
5. Reeën blaffen
Hoor je in het bos een kort, hees geblaf? Dan is het waarschijnlijk geen hond, maar een ree. Reeën blaffen het hele jaar door, bijvoorbeeld als ze schrikken. In de paartijd maken ze daarnaast klaaglijke geluiden en schor gepiep. Een verontruste ree stampt ook met zijn voorpoot op de grond. In de video hoor je hoe het blaffen van een ree klinkt.
6. De paartijd is midden in de zomer
Bij de meeste herten valt de bronst in de herfst, maar reeën paren in juli en augustus. In het voorjaar bakenen de bokken een territorium af van 5 tot 30 hectare, afhankelijk van hoeveel voedsel er is. Ze markeren het met geurstoffen uit klieren bij hun gewei, die ze tegen bomen wrijven.
7. Een reekalf wacht maanden met groeien
Hoewel reeën in de zomer paren, begint het embryo pas eind december te groeien. Tot die tijd ligt het in rust. Deze kiemrust zorgt ervoor dat de kalfjes niet midden in de winter, maar eind mei of begin juni worden geboren, als er volop voedsel is.
Een geit die in de zomer niet drachtig werd, kan in oktober nog een keer bronstig worden. Bij haar ontbreekt de kiemrust en groeit het embryo meteen.
8. Een geit krijgt meestal een tweeling

De meeste geiten krijgen twee kalfjes, soms één en heel af en toe drie. Een tweeling wordt meestal apart gezoogd, zo’n 20 meter uit elkaar. Jonge kalfjes drinken zes tot tien keer per dag een paar minuten. Na een jaar is het kalf zelfstandig.
9. Laat een reekalf in het gras liggen

De eerste twee tot drie maanden ligt een reekalf verstopt op de grond. Het vertrouwt op zijn schutkleur met lichte vlekken, die het tot ongeveer zes maanden houdt. De moeder is altijd in de buurt, maar blijft bij gevaar juist weg om het kalf niet te verraden.
Vind je een reekalfje, raak het dan niet aan en houd je hond aan de lijn. Ligt het op een plek waar gemaaid gaat worden, waarschuw dan de boswachter of de dierenambulance.
10. Reeën zijn kieskeurige eters
Een ree heeft een kleine pens en kan maar weinig tegelijk verteren. Daarom eet het alleen de voedzaamste delen van planten: kruiden, jonge blaadjes, knoppen, scheuten en bessen, maar ook eikels, beukennootjes, paddenstoelen en landbouwgewassen. Reeën eten in meerdere korte periodes per dag, vooral in de schemering, en herkauwen tussendoor in de dekking.
11. Ze rennen 60 kilometer per uur
Op korte afstanden halen reeën snelheden tot 60 kilometer per uur. Ze springen tot 5 meter ver en 2,5 meter hoog, en ze kunnen goed zwemmen. Vaak gebruiken ze steeds dezelfde paadjes door het bos en over de akker, de wissels. In de video zie je hoe snel ze over een akker rennen.
12. In de winter leven ze in groepen
In het voorjaar en de zomer leven reeën meestal alleen, behalve een geit met haar kalfjes. In de herfst en winter vormen ze gemengde groepen van soms wel dertig dieren, met een duidelijke rangorde onder de bokken. In het voorjaar valt de groep weer uiteen.
13. De wolf is weer een vijand van het ree

Na de terugkeer van de wolf heeft het ree in Nederland weer een natuurlijke vijand. Jonge kalfjes worden soms gepakt door een vos, wilde kat of wild zwijn. Daarnaast komen veel reeën om in het verkeer, en loslopende honden jagen ze op en doden ze soms. Wildviaducten en wildrasters moeten aanrijdingen voorkomen.
Een ree wordt gemiddeld zeven tot acht jaar oud. Bokken kunnen 16 jaar worden, geiten 12. Meer over de wolf lees je in de weetjes over wolven.
