De gier is een van de meest onderschatte en verkeerd begrepen vogels ter wereld. Hoewel ze worden geassocieerd met dood en verval, spelen gieren een cruciale rol in het ecosysteem. Met hun bijzondere aanpassingen en unieke levensstijl zijn het ware overlevingskunstenaars.
1. Ruimen kadavers op en voorkomen zo ziektes

Gieren zijn de sanitaire dienst van de natuur. Door kadavers snel te verteren voorkomen ze dat bacteriën zoals anthrax en botulisme zich verspreiden via aas. In gebieden waar gieren zijn verdwenen, nemen ziektecijfers onder wilde en gedomesticeerde dieren aantoonbaar toe. Hun rol als opruimer is daarmee niet symbolisch maar letterlijk essentieel voor de gezondheid van een ecosysteem.
2. Hebben het sterkste maagzuur van alle vogels
Het maagzuur van een gier heeft een pH van bijna 0, wat het bijna net zo bijtend maakt als accuzuur. Daarmee vernietigt het vrijwel alle schadelijke bacteriën die in rottend vlees voorkomen, waaronder cholera, miltvuur en rabies. Andere aaseters zoals vossen of hyena’s lopen een reëel risico ziek te worden van hetzelfde voedsel dat een gier probleemloos verteert.
3. Hebben kale koppen om hygiënisch te blijven

De kale kop en nek van de meeste gieren zijn geen toeval. Ze duiken diep in karkassen om aan organen en zachte weefsels te komen, en veren zouden bloed, vloeistoffen en bacteriën vasthouden. Een kale huid droogt sneller en wordt gereinigd door de zon, waarvan het ultraviolette licht desinfecterend werkt. Het is een eenvoudige maar effectieve hygiënische aanpassing.
4. Spugen als verdedigingsmechanisme
Als een gier zich bedreigd voelt, spuugt hij zijn maaginhoud uit richting de aanvaller. Dat heeft twee effecten: de misselijkmakende geur en het bijtende maagzuur schrikken roofdieren af, en het lichter worden helpt de gier sneller op te stijgen en te ontsnappen. Het is niet de meest elegante verdediging, maar wel een effectieve.
5. Poepen op hun eigen poten om af te koelen
Gieren hebben geen zweekklieren en koelen af via een proces dat urohidrosis heet: ze scheiden vocht uit via hun uitwerpselen en laten dat verdampen op hun poten en onderbenen. Dat verdampingsproces onttekt warmte aan het bloed in de bloedvaten van de poten en koelt zo het hele lichaam. Het heeft als bijkomend voordeel dat de urinezuur in de ontlasting bacteriën op de poten doodt.
6. Zweven urenlang zonder vleugelslag

Gieren zijn thermiekvliegers: ze stijgen op warme luchtstromingen omhoog en glijden vervolgens langzaam naar een volgend thermiekpunt. Op die manier leggen ze honderden kilometers per dag af met minimale spierkracht. Een gier verbruikt tijdens het zweefvliegen nauwelijks meer energie dan in rust. Die efficiëntie is cruciaal voor een dier dat op zoek is naar verspreid, onregelmatig voedsel.
7. Rüppells gier vloog op 11.278 meter hoogte
De Rüppells gier is de hoogst vliegende vogel ooit geregistreerd. In 1973 botste een exemplaar op 11.278 meter hoogte op een vliegtuig boven Ivoorkust, wat hem zijn onvrijwillige record opleverde. Op die hoogte is de lucht zo ijl dat de meeste vogels bewusteloos raken, maar de Rüppells gier heeft een speciaal hemoglobine dat zuurstof extreem efficiënt bindt.
8. Sommige soorten hebben een uitstekend reukvermogen
De meeste roofvogels jagen uitsluitend op zicht, maar de kalkoengier uit Noord-Amerika is een uitzondering: hij heeft een sterk ontwikkeld reukvermogen en kan aas ruiken dat verborgen ligt onder een dicht bladerdak. Andere giersoorten zoals de zwarte gier volgen de kalkoengier juist om zo kadavers te vinden die ze zelf niet kunnen ruiken. Het is een onbewuste samenwerking waarbij beide soorten profiteren.
9. Hebben een vleugelbreedte tot 3,3 meter

De Andescondor heeft een spanwijdte van tot 3,3 meter, wat hem een van de grootste vliegende vogels ter wereld maakt. Die enorme vleugels zijn nodig om de thermiek optimaal te benutten. Kleine vleugels zouden onvoldoende lift geven voor een dier van zijn gewicht van soms meer dan 15 kilogram.
10. Komen voor op bijna elk continent
Gieren leven op bijna elk continent behalve Australië en Antarctica. Er zijn twee evolutionair aparte groepen die onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan: de Oude Wereldgieren uit Europa, Afrika en Azië, en de Nieuwe Wereldgieren uit Noord- en Zuid-Amerika. Ze lijken op elkaar door convergente evolutie maar zijn genetisch niet nauw verwant.
11. Leven en foerageren in groepen
Veel giersoorten zijn sociale dieren die informatie over voedselbronnen delen. Als één gier neerdaalt op een kadaver, zien anderen dat van grote afstand en vliegen ze toe. Binnen korte tijd kunnen tientallen vogels een groot karkas omringen. Die sociale foeragering maakt ze efficiënter dan solitaire aaseters en verklaart waarom ze in grote groepen worden aangetroffen bij bangaas.
12. Broeden langzaam en krijgen weinig jongen
De meeste giersoorten leggen slechts één ei per jaar en sommige soorten broeden zelfs maar eens per twee jaar. Beide ouders broeden beurtelings en zorgen samen voor het jong, dat maanden na het uitkomen nog afhankelijk blijft. Die lage reproductie maakt gieren bijzonder kwetsbaar voor populatiedaling: een sterke daling herstelt zich maar mondjesmaat zelfs bij goede bescherming.
13. Worden tot 50 jaar oud

In het wild worden gieren gemiddeld tot 30 jaar oud, maar in gevangenschap bereiken sommige soorten de 50 jaar. Die hoge leeftijd compenseert deels hun lage reproductietempo. Een gier die 30 jaar oud wordt en elk jaar één jong grootbrengt, levert over zijn leven toch een aanzienlijke bijdrage aan de populatie. Maar het maakt hen ook kwetsbaar: elk vroegtijdig sterfgeval door vergiftiging of stroperij kost de populatie jaren aan potentiële nakomelingen.
14. Spelen een rol in culturen en begrafenisrituelen
In Tibet worden gieren gebruikt bij zogeheten hemelsbegrafenissen: het lichaam van een overledene wordt aan gieren aangeboden als spirituele overgang naar het hiernamaals. In het oude Egypte gold de gier als heilig en stond hij voor moederschap en bescherming. De hiëroglyef voor “moeder” was een gier. In veel Afrikaanse culturen wordt de gier gezien als boodschapper tussen de wereld van de levenden en de doden.
15. Worden ernstig bedreigd door vergiftiging
In India daalden sommige gierpopulaties met meer dan 99 procent door diclofenac, een ontstekingsremmer die werd toegediend aan vee en die voor gieren dodelijk is als ze van dat vee eten. In Afrika worden gieren vergiftigd door stropers die willen voorkomen dat cirkelen gieren de aandacht vestigen op illegaal gedode olifanten of neushoorns. Het zijn twee heel verschillende bedreigingen met hetzelfde dramatische resultaat.
16. Onmisbaar voor de gezondheid van ecosystemen

Zonder gieren hopen kadavers zich op, wat leidt tot explosieve groei van ratten, wilde honden en andere ziektedragers. In India, na het instorten van de gierpopulatie, steeg het aantal verwilderde honden sterk, wat leidde tot meer hondsdolheid onder mensen. Elke dode gier heeft daarmee reële gevolgen voor de gezondheid van mens en ecosysteem. Bescherming van gieren is geen sentimentele keuze maar een pragmatische noodzaak.