Vlooien zijn klein, snel en bijzonder hardnekkig. Dit minuscule insect heeft in de loop van miljoenen jaren een lichaam en levenscyclus ontwikkeld die bijna perfect zijn voor één ding: bloed zuigen en overleven. Dit zijn 12 weetjes over de vlo.
1. Behoren tot de gevleugelde insecten maar hebben geen vleugels

Vlooien zijn evolutionair gezien gevleugelde insecten, maar ze hebben in de loop van hun evolutie hun vleugels volledig verloren. Dit verlies was trouwens geen nadeel: voor een parasiet die leeft in de vacht van een zoogdier zijn vleugels nutteloos en eerder een obstakel
. In plaats daarvan ontwikkelden vlooien krachtige springpoten en een afgeplat lichaam dat moeiteloos tussen haren en veren glijdt.
2. Springt het equivalent van 300 meter voor een mens
De vlo behoort tot de beste springers ter wereld in verhouding tot zijn lichaamslengte, al wordt die titel officieel gedeeld met het schuimbeestje, een kleine cicade die nog efficiënter springt.
Een vlo legt in één sprong 30 tot 50 centimeter af en bereikt daarbij een hoogte van zo’n 20 centimeter, tot 150 keer zijn eigen lichaamslengte. Als een mens dergelijke sprongen zou kunnen maken, zou hij in één sprong 300 meter ver komen en 100 meter hoog.
Die springkracht zit niet in spierkracht alleen maar in een veerkatapult van samengeperst resiline, een elastisch eiwit in zijn achterpoten dat in één klap losschiet.
3. Alleen je huisdier behandelen tegen vlooien is niet voldoende

Wie vlooien bij zijn huisdier bestrijdt door alleen het dier te behandelen, pakt slechts 5 procent van het probleem aan. De overige 95 procent zit in de omgeving: eitjes, larven en poppen in tapijten, vloerplankkieren, de mand en de bank.
Voor elke vlo die zichtbaar op een hond of kat rondloopt, zitten er tientallen tot honderden in diverse stadia in huis te wachten. Een effectieve aanpak behandelt zowel het dier als zijn gehele leefomgeving. Voor een compleet overzicht van middelen tegen vlooien en teken kun je terecht bij Petgamma.
4. Legt tot 50 eitjes per dag
Een vrouwtjesvlo kan pas eitjes leggen nadat ze bloed heeft gezogen. Daarna produceert ze tot 50 eitjes per dag en gedurende haar leven tot 2.000 eitjes in totaal. Die eitjes plakken niet aan de vacht maar vallen direct op de grond, in de mand, op het tapijt en in de bank. Twee tot vier dagen later komen ze uit als microscopisch kleine larven die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn.

5. Larven eten de uitwerpselen van volwassen vlooien
Vlooienlarven zijn niet in staat om bloed te zuigen. Ze leven in de donkerste hoekjes van een huis en voeden zich met organisch materiaal: huidschilfers, voedselresten en bovenal de uitwerpselen van volwassen vlooien. Die vlooienpoepjes bestaan uit gedeeltelijk verteerd bloed en zijn voor de larven een rijke voedingsbron. Na twee tot drie weken spinnen de larven een cocon en verpoppen ze zich.
6. De pop kan een jaar wachten op het juiste moment
De vlooienpop is de meest onkwetsbare fase in de levenscyclus. De cocon is bestand tegen insecticiden, uitdroging en kou. Een pop kan drie tot vijf dagen na het verpoppen uitkomen, maar ook een jaar of langer in de cocon blijven wachten. Wat de pop activeert zijn warmte, trillingen en uitgeademd kooldioxide van een passerende gastheer.
Dat verklaart het bekende fenomeen waarbij mensen na een vakantie thuiskomen in een leeg huis en direct worden aangevallen door een explosie van net uitgekomen vlooien.
7. De kattenvlo bijt het vaakst mensen en honden
Er bestaat een mensenvlo, een hondenvlo en een kattenvlo. In de praktijk is de kattenvlo veruit de meest voorkomende soort in Nederlandse huishoudens. Die kattenvlo bijt ook honden, konijnen, cavia’s en mensen. Op mensen als enige gastheer kan de kattenvlo zich echter niet voortplanten: daarvoor heeft hij een zoogdier met vacht nodig. Een mensenbijtende vlo vertrekt dan ook zo snel mogelijk naar een geschiktere gastheer.
8. Verspreidt lintwormen
Vlooien en wormen zijn onlosmakelijk verbonden. De vlo is een tussengastheer van de lintworm: als een hond of kat een geïnfecteerde vlo inslikt tijdens het krabben of poetsen, kan die lintworm zich in de darm van het dier vestigen. Wie zijn huisdier behandelt voor vlooien doet er dan ook verstandig aan ook te on
twormen. Lintwormsegmenten in de uitwerpselen of rondom de anus van een dier zijn een directe aanwijzing dat er vlooien in het spel zijn of waren. Petgamma biedt een breed assortiment aan middelen voor zowel vlooien als wormen.
9. Heeft klauwtjes om zich vast te klemmen

De poten van een vlo zijn uitgerust met dubbele klauwtjes aan elk uiteinde, waarmee hij zich vastklampt aan haren of veren van zijn gastheer. Zijn lichaam is zijdelings sterk afgeplat en bedekt met naar achteren gerichte haarachtige stekels die hem helpen zich voort te bewegen door de vacht. Die combinatie maakt het vrijwel onmogelijk om een vlo uit de vacht te plukken met de vingers: hij glipt er telkens tussenuit.
10. Heeft een bijzonder kort maar intensief leven
Een volwassen vlo leeft slechts twee tot vier weken, maar in die tijd paart hij, zuigt dagelijks bloed en legt het vrouwtje tientallen eitjes per dag. De volledige levenscyclus van ei tot volwassen vlo duurt afhankelijk van temperatuur en vochtigheid twee weken tot enkele maanden. Bij warmte en vochtigheid verloopt alles sneller: in een verwarmde woning is de cyclus het hele jaar door actief, terwijl buiten de cyclus in de winter grotendeels stilstaat.

11. Overleeft maanden zonder voedsel
Een volwassen vlo die nog niet aan een gastheer heeft gezeten, kan in zijn cocon maanden overleven zonder een druppel bloed. Zodra hij eenmaal op een gastheer zit en begint te eten, is hij sterk afhankelijk van die bloedtoevoer: zonder regelmatige maaltijden sterft hij binnen enkele dagen. Een gevaste vlo in zijn cocon is echter uiterst taai en wacht rustig af totdat trillingen en warmte hem signaleren dat er een geschikte gastheer in de buurt is.
12. Speelde een rol in de verspreiding van de builenpest
De builenpest, die in de 14e eeuw een derde van de Europese bevolking doodde, werd niet direct verspreid door ratten maar door vlooien op ratten. De rattenvlo (Xenopsylla cheopis) was de voornaamste drager van de pestbacterie Yersinia pestis. Als een geïnfecteerde rat stierf, zochten de vlooien een nieuwe gastheer en beten daarbij ook mensen. Die ontdekking, pas gedaan in 1898 door de Franse onderzoeker Paul-Louis Simond, verklaarde een van de meest dodelijke epidemieën in de menselijke geschiedenis.