Met zijn compacte, tonvormige lichaam, korte beentjes en aandoenlijke snuit lijkt de wombat op een levende teddybeer. Maar vergis je niet: dit Australische buideldier is een ware bulldozer van de wildernis. Ze graven ondergrondse tunnelstelsels waar een mens in kan kruipen, verdedigen hun hol met een keihard achterwerk van kraakbeen en poepen als enige dier ter wereld in kaarsrechte kubusjes! Dit zijn 11 verrassende en schattige weetjes over de wombat.
1. Rasechte vegetariërs met een trage spijsvertering

Wombats zijn strikte planteneters. ’s Nachts scharrelen ze urenlang rond op zoek naar taaie inheemse grassen, zeggen, wortels, kruiden en boomschors.
Omdat deze vezelrijke kost buitengewoon moeilijk afbreekbaar is, hebben wombats een van de traagste spijsverteringen in het dierenrijk. Het duurt gemiddeld maar liefst acht tot veertien dagen voordat een maaltijd volledig door hun maag-darmkanaal is gereisd! Dankzij deze trage stofwisseling halen ze vrijwel elke beschikbare voedingsstof en waterdruppel uit het karige voedsel.
2. Tanden die hun hele leven doorgroeien

Net als bij knaagdieren slijten de tanden van een wombat razendsnel af door het kauwen op zandige wortels en hard gras.
De natuur heeft hier een simpele oplossing voor: zijn voortanden en kiezen hebben open wortels en blijven zijn hele leven onafgebroken doorgroeien. Door continu te knagen houden wombats hun tanden scherp en op de perfecte lengte.
3. Het enige dier ter wereld dat kubusjes poept

Dit is ongetwijfeld het beroemdste en meest bizarre biologische feit over de wombat: hij poept in kaarsrechte kubusjes! Wetenschappers wonnen er zelfs een Ig Nobelprijs mee toen ze ontdekten hoe dit werkt.
Het geheim zit in het laatste deel van de darmwand, die niet egaal rond is maar elastische en stijvere groeven bevat die het uitgedroogde residu in hoekige blokjes kneden. De wombat deponeert per nacht zo’n tachtig tot honderd kubusjes op verhoogde rotsen en boomstronken om zijn territorium af te bakenen. Het voordeel van kubusjes? Ze rollen niet van de rotsen af!
4. Meestal maar één piepklein jong

Na een ultrakorte draagtijd van amper 21 tot 30 dagen bevalt het vrouwtje van een piepkleine baby (joey).
Het jong weegt bij de geboorte nauwelijks twee gram – niet groter dan een jellybean – en is kaal, blind en volkomen hulpeloos. Op eigen kracht kruipt het embryootje door de vacht van de moeder naar de veilige buidel, waar het zich vastzuigt aan een tepel om de komende zes tot negen maanden ongestoord te groeien.
5. De opening van de buidel wijst naar achteren

Bij kangoeroes zit de opening van de buidel aan de bovenkant, maar bij wombats wijst de buidelopening naar achteren, richting de achterpoten.
Dat is een briljante evolutionaire aanpassing. Omdat wombats gigantische hoeveelheden aarde en klei verzetten tijdens het graven, zou een voorwaarts gerichte buidel direct volstromen met zand, waardoor het jong zou stikken. Dankzij de achterwaartse buidel blijft de kleine joey brandschoon en beschermd tegen opspattend puin.
6. Drie overlevende soorten in Australië

Wereldwijd bestaan er nog drie levende soorten: de gewone wombat (Vombatus ursinus) met een kale neus, en twee soorten met een behaarde snuit: de zuidelijke breedneuswombat en de noordelijke breedneuswombat.

Terwijl de gewone wombat nog relatief veel voorkomt in Zuidoost-Australië en Tasmanië, is de noordelijke breedneuswombat een van de zeldzaamste zoogdieren op aarde: er leven er nog slechts zo’n driehonderd exemplaren in een streng bewaakt nationaal park in Queensland.
7. Eenzame kluizenaars met gigantische burchten

Volwassen wombats zijn uitgesproken solodieren. Ze leven alleen en mijden het gezelschap van soortgenoten buiten de paartijd.
Wel zijn ze ware architecten: met hun krachtige klauwen graven ze ondergrondse gangenstelsels van twintig tot dertig meter lang, compleet met meerdere slaapkamers en nooduitgangen. Tijdens de beruchte Australische bosbranden fungeren verlaten wombatholen regelmatig als levensreddende schuilkelders voor talloze andere diersoorten!
8. Verrassend snelle sprinters van 40 km/u

Als je een wombat over het gras ziet waggelen, denk je niet direct aan een atleet. Maar vergis je niet in dit compacte zwaargewicht van 35 kilo.
Wanneer er acuut gevaar dreigt van een dingo of een vos, kan een wombat exploderen in een sprint van maar liefst 40 kilometer per uur! Deze topsnelheid kan hij bijna twee minuten lang volhouden – snel genoeg om de meeste sprinters achter zich te laten en heelhuids zijn hol in te duiken.
9. Een gepantserd achterwerk als dodelijk schild

Zijn achterste is zijn ultieme verdedigingswapen. De achterkant van een wombat bestaat uit een keiharde plaat van dikke botten, kraakbeen en een taaie huidlaag, nagenoeg ongevoelig voor beten.
Duikt een wombat zijn hol in met een dingo op zijn hielen, dan blokkeert hij de ingang met zijn achterste. Probeert het roofdier zijn kop tussen het achterwerk en het dak van het hol te wringen, dan duwt de wombat zijn krachtige achterpoten met brute kracht omhoog. Daarbij verplettert hij de schedel van de belager tegen het plafond van het hol!
10. Een wild dier met vlijmscherpe klauwen

Hoewel een wombat in een dierentuin er uitziet als een wandelende knuffel, is het absoluut geen huisdier.
Ze hebben een eigenzinnig, koppig karakter en beschikken over klauwen die moeiteloos door harde klei en boomwortels klieven. Voelt een volwassen wombat zich bedreigd of in het nauw gedreven, dan kan hij venijnig bijten en een mens met zijn massieve lichaam gemakkelijk omver kegelen.
11. Een nationaal icoon met een eigen verkeersbord

In Australië is de wombat een geliefd cultureel symbool, vergelijkbaar met de koala en het vogelbekdier.
Langs wegen in New South Wales, Victoria en Tasmanië kom je overal officiële gele waarschuwingsborden tegen met een afbeelding van een overstekende wombat. Helaas worden er door nachtelijk verkeer jaarlijks nog veel dieren aangereden, waardoor opvangcentra dag en nacht klaarstaan om gewonde dieren en verweesde joeys op te vangen.