10 Voorbeelden van Buideldieren

Zeg je buideldier, dan zeg je kangoeroe. Maar er zijn veel meer soorten buideldieren, wel meer dan driehonderd. Dit aantal neemt bovendien alleen maar toe, omdat er steeds meer soorten ontdekt worden. Tot in de jaren ’90 werden al deze diersoorten in de orde van Marsupialia geplaatst, maar tegenwoordig worden de buideldieren over zeven ordes verdeeld. Het grootste deel van de soorten leeft in Australië en valt onder de superorde Australidelphia (inclusief de monito del monte, die in het zuiden van de Andes voorkomt). De rest van de buideldieren valt onder superorde Ameridelphia en komt voor in Amerika.

Wat is een buideldier?

Je zou verwachten dat alle buideldieren daadwerkelijk een buidel hebben, maar dat is niet zo. Bij sommige buideldieren, zoals de opossummuis, ontbreekt dit handig ‘accessoire’ om jongen in te vervoeren. Zij verplaatsen hun nageslacht verborgen in hun vacht of tussen huidplooien. Wat buideldieren gemeen hebben is een relatief korte draagtijd, gemiddeld zo’n dertig dagen. Het jong groeit in de meeste gevallen niet in een placenta, maar wordt gevoed door een zogenaamde dooierzak en komt onderontwikkeld ter wereld. Tijd om in de buidel te kruipen! Hier zuigt het jong zich vast aan een tepel en blijft de eerste paar maanden zo zitten. Daarna is het jong voldoende ontwikkeld om zijn mond te bewegen en de tepel los te laten. Bij verschillende buideldieren past de samenstelling van de moedermelk zich aan de diverse fasen van groei aan. Als het jong groot genoeg is verlaat hij de veilige buidel, maar blijft nog wel een tijdje melk drinken bij zijn moeder. Maar genoeg informatie, we stellen graag deze tien buideldieren aan je voor!

1. Kangoeroe

kangoeroe 3

Kangoeroes (Macropodidae) zijn het bekendste voorbeeld van een buideldier. Ze leven in Australië en Nieuw-Guinea. Naast hun buidel zijn het vooral hun grote achterpoten die de aandacht vangen. Hiermee kunnen ze grote sprongen maken. De rode en grijze reuzenkangoeroe zijn de grootste soorten en mannelijke exemplaren wegen tot wel 80 kilo! Vrouwtjes krijgen maar één jong dat ook wel ‘joey’ wordt genoemd. Dit jong is bij de geboorte circa 2 centimeter groot en groeit in de buidel verder.

2. Opossum

Opossum

De opossum wordt ook wel buidelrat genoemd en er zijn bijna honderd soorten. De kleinste is maar 6,8 centimeter en de grootste soort, de Virginiaanse opossum, kan wel 55 centimeter lang worden. Zijn naam is een verbastering van het Indiaanse ‘apasum’. Dit betekent ‘wit dier’, maar hun vacht kan allerlei kleuren hebben, van grijs tot goudkleurig. Niet alle soorten opossums hebben een buidel. Sommige hebben alleen een paar huidplooien waartussen de jongen zich kunnen verschuilen en bij andere soorten ontbreken deze zelfs, zoals bij buidelspitsmuizen.

3. Koala

koala

Wist je dat een koala ook wel buidelbeer wordt genoemd? Deze buideldieren leven in het oosten van Australië. Koala’s voeden zich bijna uitsluitend met eucalyptusbladeren. Bijzonder, want deze bladeren zijn giftig voor de meeste andere dieren. Hun vocht halen ze in principe ook uit deze bladeren en je zult een koala dus zelden zien drinken. Het is veel waarschijnlijker dat je een koala ziet slapen, want vanwege hun trage metabolisme doen ze dat gemiddeld twintig uur per dag. Koala’s hebben wel een ‘echte’ buidel, waar hun jong het eerste half jaar van zijn leven doorbrengt.

4. Wombat

wombat buideldier

Een van de schattigste dieren ter wereld moet toch wel de wombat zijn. Ze leven in het zuidoosten van Australië en op het eiland Tasmanië. Grappig feitje: de wombat legt kubusvormige keutels. Deze buideldieren brengen een groot gedeelte van de dag door in hun hol en ’s avonds gaan ze op jacht naar de sappigste grassprietjes. De wombat is namelijk een herbivoor en leeft dus op een plantaardig dieet. Per worp krijgen wombats meestal één jong dat een behoorlijke tijd in de buidel doorbrengt, zo’n zes tot tien maanden. Handig: de opening van de wombatbuidel wijst naar achteren, zodat er tijdens het graven geen vuil in komt.

5. Tasmaanse duivel

tasmaanse duivel

Op Tasmanië, een Australisch eiland, leeft een vraatzuchtig roofbuideldier: de Tasmaanse duivel. Vooral dieren die kleiner zijn dan hij moeten het ontgelden, zoals knaagdieren, hagedissen en kleine kangoeroesoorten. De populatie krimpt door de jacht, maar met name een vorm van kanker maakt vele slachtoffers. De voortplantingsstrategie van Tasmaanse duivels draagt ook niet echt bij aan groei van de populatie. Er worden per keer zo’n twintig tot dertig jongen geboren, maar de buidel van mamaduivel biedt maar plaats aan vier. En van die vier is er meestal maar één jong dat het eerste jaar overleeft.

6. Grote langoorbuideldas

Grote langoorbuideldas

In Australië is de paashaas vervangen door de grote langoorbuideldas. Easter Bilby ontsproot in 1968 aan de fantasie van een negenjarig meisje en werd vooral gebruikt om Australiërs enthousiast te maken om de langoorbuideldas te behoeden voor uitsterven. Later haakte de Foundation for Rabbit Free Australia aan, een organisatie die onderzoek doet naar en bewustzijn creëert voor de schade die wilde (uitheemse) konijnen in het land aanrichten. Zelfs de chocolade-exemplaren zijn vervangen door langoorbuideldassen! Vrouwtjes krijgen na een draagtijd van dertien tot zestien dagen meestal twee jongen, die zo’n tachtig dagen in de buidel blijven.

7. Numbat

Numbat

Weer zo’n buideldier zonder buidel: de numbat of buidelmiereneter. Die laatste naam verraadt meteen zijn favoriete kostje, namelijk mieren en termieten. Met zijn sterke voorpootjes en lange klauwen maakt hij makkelijk nesten open en vervolgens likt hij de ‘lekkernijen’ die hij hier aantreft op met zijn tien centimeter lange tong. De numbat is ongeveer even groot als een eekhoorn en heeft hier ook qua uiterlijk wel wat van weg met zijn bossige staart en roodbruine vacht. Helaas wordt de numbat in zijn voortbestaan bedreigd, maar Australische natuurorganisaties doen er alles aan om deze bijzondere soort te behouden.

8. Suikereekhoorn/sugar glider

sugar glider

De suikereekhoorn komt in het wild voor op Nieuw-Guinea en in Australië. Deze schattige beestjes, die dankzij een speciaal vliegmembraan kunnen zweven, leven ’s nachts en boomsappen vormen hun voornaamste voedingsbron. Rond de paartijd kunnen ze wel wat extra energie gebruiken en worden bijvoorbeeld insecten, larven en nectar aan het menu toegevoegd. Per keer worden er één tot drie jongen geboren. Op de tast begeven de blinde jonkies zich naar de buidel, waar ze zo’n zeventig dagen blijven, al steken de laatste tien dagen hun pootjes vaak al buitenboord.

9. Buidelmol

buidelmol

De orde der buidelmollen bestaat uit maar twee soorten: de gewone buidelmol en de kleine buidelmol. Beide soorten leven in Australië. De gewone buidelmol in de binnenlanden en de kleine buidelmol langs de noordkust in het westen van het land. Net als de gewone mol graaft dit buideldier tunnels en diepe holen onder de grond. Ook bij de buidelmol wijst de opening van de buidel, net als bij de wombat, naar achteren, zodat het diertje kan graven zonder dat er aarde in komt.

10. Monito del monte

Monito del monte

José Luis Bartheld/flickr

De monito del monte, oftewel ‘bergaapje’, is 8 tot 13 centimeter groot en weegt maar 16 tot 31 gram. Dit buideldiertje wordt ook wel colocolo genoemd en komt zoals gezegd voor in de zuidelijke Andes. In sommige delen van zijn leefgebied kan het in de winter behoorlijk koud worden. De colocolo’s die hier wonen houden een winterslaap. De reserves hiervoor bouwt hij op in zijn staartwortel. Het is het enige nog levende lid van de orde Microbiotheria. De monito del monte heeft geen buidel en daarom klampen de jongen (één tot vijf stuks per worp) zich vast aan de rug van moeders. Daar kan het dus behoorlijk druk worden! De bijgelovige ‘locals’ zijn niet zo blij als ze dit diertje in hun huis aantreffen, want hij zou ongeluk brengen. Er doen zelfs verhalen de ronde dat mensen hun eigen huis in brand hebben gestoken, nadat er een monito del monte langs geweest was. Raar toch, als je dat schattige koppie zo ziet?