De ene eend is de andere niet: 20 bekende eendensoorten

Eenden komen over de hele wereld in allerlei soorten en maten voor. Behalve op Antarctica, daar is het ze te koud. Het kan een uitdaging zijn om de verschillende eendensoorten uit elkaar te houden, vooral de vrouwtjes lijken op elkaar. Om het nog wat ingewikkelder te maken zijn er wilde eendensoorten die officieel erkend zijn door ornithologen, en tamme, gedomesticeerde rassen die gefokt worden voor hun eieren, vlees of exotische uiterlijk dat zo mooi staat in een grote vijver. Na het lezen van dit artikel weet je in ieder geval deze twintig eenden moeiteloos te determineren.

Wilde eend (Anas platyrhynchos)

wilde eend 2

De wilde eend kom je het vaakst tegen in Nederlandse wateren. Het mannetje (de woerd) heeft een kenmerkende, diepgroene kop met (vaak) een witte halsband. Het vrouwtje heeft een bescheiden bruin geschakeerd verenpak. Dit verschil in uiterlijk neemt na het broedseizoen af. Woerd en eend zijn dan alleen nog uit elkaar te houden door de kleur van de snavel, respectievelijk geel en zeemkleurig.

Hollandse kwaker

hollandse kwaker

De Hollandse kwaker is een typisch voorbeeld van een gedomesticeerde eend. De bekendste variant is helderwit van kleur, maar er zijn ook kwakers die verdacht veel gelijkenis vertonen met de wilde eend, alleen dan een slag kleiner. De Hollandse kwaker komt oorspronkelijk uit Azië en is een afstammeling van de pekingeend. Deze soort werd vroeger gebruikt om met hun luide gekwaak wilde eenden naar een eendenkooi te lokken. Een kooikerhondje dreef de eenden vervolgens naar een smalle sloot, de (vang)pijp. De wilde eenden werden gevangen en naar de poelier gebracht. Gek genoeg heeft het gezegde ‘de pijp uitgaan’ niets te maken met de vangst van wilde eenden. Met pijp wordt hier een konijnenhol bedoeld.

Smient (Mareca penelope)

smient

Je hebt grondeleenden (ook wel zwemeenden), duikeenden en fluiteenden. De smient behoort tot de eerste categorie, maar wordt om het verwarrend te maken ook wel fluiteend genoemd vanwege zijn kenmerkende roep. In het najaar en in de winter kom je de smient in groten getale tegen in Nederland. Woerden hebben een oranjerode kop met een geel voorhoofdje, een zalmroze borst, een grijs lijf en een zwarte achterkant. Ook bij deze soort zijn de vrouwtjes ingetogen bruin van kleur, maar de kop is wat roodbruiner dan bij een vrouwelijk exemplaar van de wilde eend.

Grote zee-eend (Melanitta fusca)

grote zee eend

Gezien de naam zal het geen verrassing zijn dat deze eendensoort een groot deel van zijn leven op zee slijt, maar overwinteren en broeden doet hij liever op zoetwatermeren. De grote zee-eend broedt van Noorwegen tot het stroomgebied van de Siberische rivier de Jenisej. De mannelijke exemplaren van de grote zee-eend hebben een zwart verenpak met witte accenten onder het oog en bij de vleugelspiegel. Vrouwtjes zijn wederom bruin, met wat wit bij de vleugelspiegel en lichtgekleurde, ronde vlekken aan de zijkant van het hoofd. Deze duikeenden zijn vrij groot, gemiddeld tussen de 51 en 58 centimeter.

Eidereend (Somateria mollissima)

eidereend

Vroeger was de eider een graag geziene gast rondom de Waddenzee, maar sinds hij hier slechter zijn kostje bij elkaar kan scharrelen trekt hij liever naar de noordelijke kusten van Europa, Oost-Siberië en Noord-Amerika. De eidereend kan zeer snel vliegen en bereikt in horizontale vlucht snelheden rond de 113 km/u. De mannetjes pronken ook bij deze soort weer met het mooiste verenpak: contrasterend zwart-wit met een witroze borst en een groene vlek op hun achterhoofd. De vrouwtjes zijn, verrassing, bruin. Met zwarte streepjes, dat dan weer wel.

Mandarijneend (Aix galericulata)

Mandarijneend

Mandarijneenden zijn met hun lichaamslengte tussen de 41 en 49 centimeter kleine eenden. Deze vogels komen oorspronkelijk uit Oost-Azië, maar ook in Nederland kun je deze exotische verschijning in het wild tegenkomen. Mandarijneenden worden namelijk als siervogels gehouden, maar her en der wisten er vogels te ontsnappen, met als resultaat dat er sinds eind vorige eeuw ook broedpaartjes in ons land worden waargenomen. De mannetjes zijn zeer kleurrijk, met onder andere een opvallende kruin (paars, groen en oranje) en oranje veren die boven het achterlijf uitsteken. Vrouwtjes dragen een eenvoudig grijsbruin verenkleed.

Pijlstaart (Anas acuta)

Pijlstaart

De sierlijke pijlstaart is een grondeleend die zich voornamelijk voedt met planten. Hij is in Nederland in principe het hele jaar te zien, maar overwinteren doet de pijlstaart het liefst rondom de evenaar. In het broedseizoen hebben woerden een bleekgrijs verenpak, een donkerbruine kop en een witte borst die doorloopt als een streep in de nek. Zijn naam dankt deze eend aan zijn lange, puntige staart. Die is bij de vrouwelijke exemplaren trouwens een stuk minder opvallend (korter) en met hun lichtbruine kleur lijken ze wel wat op de wilde eend.

Kuifeend (Aythya fuligula)

kuifeend

Het vrouwtje heeft een heel bescheiden kuifje op haar chocoladebruine achterhoofd, maar de woerden hebben een prachtig, lang exemplaar. Met zijn zwart-witte verenpak en felgele ogen is het sowieso een mooie eend om te zien. Kuifeenden zijn goede duikers en zwemmers en zijn vooral op het water te vinden, op zoek naar voedsel.

IJseend (Clangula hyemalis)

IJseend

Zoals zijn naam al doet vermoeden houdt de ijseend van kou. Overwinteren doen deze vogels voornamelijk op de Oostzee en broeden gebeurt in de arctische streken van Noord-Amerika, Azië en Europa. Al is er in 2019 voor het eerst een paartje gespot op de Marker Wadden. IJseenden hebben een zomer- en een winteroutfit. Mannetjes zijn in de winter grotendeels wit, met wat zwart op de rug, borst en wang en in de zomer kleuren de kop en borst helemaal zwart. Het hele jaar door hebben ze een sierlijke, lange staart. Vrouwtjes hebben een wit met bruin verenpak en in de zomer breiden de bruine vlekken op de kruin en wang zich uit naar de rest van hun kopje.

Gele of rosse fluiteend (Dendrocygna bicolor)

fluiteend

Rara, wat voor geluid zou de rosse fluiteend maken? Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, de woerden zijn alleen een tikje groter. Ze hebben allebei een geelbruin verenpak, een relatief lange nek en grijze snavel en poten. Dankzij het grote verspreidingsgebied (onder andere Midden-Afrika, Caraïben en Mexico) is de kans op uitsterven gering.

Topper (Aythya marila)

Topper

De topper heeft geen opvallend glitterpak aan en lijkt wel wat op de kuifeend. Woerden zijn zwart bij kop en staart met een lichtgrijze rug en witte flanken. De veertjes op hun hoofd hebben een groene glans. Het verenpak van de eenden is van kop tot staart bruin, met in het midden een wat lichtere tint. Rond de snavelbasis heeft ze een opvallende witte band. Toppers broeden niet in Nederland, maar de soort overwintert wel graag in het noordelijke deel van het IJsselmeer. Ze smullen vooral van schelpdieren en slakjes, maar slaan krabbetjes, zeegras of zelfs een kleine vis niet af.

Wintertaling (Anas crecca)

Wintertaling

Met zijn 35 centimeter is de wintertaling de kleinste eend die in Europa voorkomt. De wintertaling is bonter gekleurd dan de zomertaling. Mannetjes hebben een grijs verenpak met zwart-witte accenten en een bruine kop met groene vlekken bij de ogen. De bruin gekleurde vrouwtjes hebben aan de achterzijde van hun vleugel ook wat groen.

Brilduiker (Bucephala clangula)

Brilduiker

Alleen de woerden hebben het ‘brilletje’ waaraan deze soort zijn naam dankt op hun snavel. Zijn donkergroene kop heeft op de wangen twee witte vlekken die wel wat op een knijpbril lijken. Zowel mannetje als vrouwtje hebben een enigszins puntig hoofd. Vooral in de wintermaanden kun je deze eend tegenkomen in de Nederlandse wateren.

Slobeend (Spatula clypeata)

Slobeend

Het opvallendste kenmerk van de slobeend is de apart gevormde snavel, die zowel bij mannetjes als bij vrouwtjes groot en spatelvormig is. Perfect om waterdiertjes en kroos te slobberen! De kleurrijke woerden hebben een donkergroene kop, kastanjebruine flanken en buik en een witte borst. Aan de onderkant van de vleugel zit zelfs nog wat lichtblauw, maar dit zie je eigenlijk alleen als de slobeend vliegt. Vrouwtjes zijn gevlekt bruin, met een groen accentje op de vleugels. Zonder witte achterrand, zo kun je de vrouwelijke slobeend onderscheiden van de wilde eend.

Carolina-eend of houteend (Aix sponsa)

houteend

De carolina-eend is een van de weinige eenden die je niet snel in Nederland zal spotten, of het moet een (nakomeling van) een ontsnapte siervogel zijn. Deze watervogels leven in Noord-Amerika, waar ze graag nestelen in verlaten spechtenholen of een hoog boven de grond geplaatste nestkast. Woerden zijn met hun rode snavels en poten, sierlijke kuif en bont gekleurde verenpak opvallende verschijningen.

Witoogeend (Aythya nyroca)

witoogeend

Alleen woerden hebben de kenmerkende witte ogen waaraan deze soort zijn naam dankt. Mannetjes hebben een mooie, roodbruine kleur en zijn zwart op hun rug. De vrouwtjes zijn iets doffer van kleur. In Nederland is het goed zoeken naar de witoogeend. Soms tref je ze in het IJsselmeer of in het rivierengebied. Broeden wil de witoogeend heel soms ook wel in ons land doen.

Krakeend (Anas strepera)

Krakeend

De krakeend is met zijn 50 centimeter ongeveer even groot als een wilde eend. De woerden zijn grijs met kastanjebruine vleugeldekveren en een zwart achterwerk. Het verendek van vrouwtjes is iets geler van kleur. Een van de twee ondersoorten van de krakeend is uitgestorven, waarschijnlijk ergens tussen 1876 en 1900: de Mareca strepera couesi.

Krooneend (Netta rufina)

krooneend

Mannelijke krooneenden zijn knappe verschijningen met hun vosrode kop, rode snavel en bruinzwarte verenkleed. Vrouwtjes zijn gevlekt grijsbruin. Het zijn vrij zwijgzame vogels die je onder andere kunt aantreffen bij de Vinkeveense plassen en de Gouwzee. Het favoriete kostje van de krooneend is kranswier en doordat dit plantje weer meer in Nederlandse wateren te vinden is, komen er steeds meer broedparen.

Tafeleend (Aythya ferina)

Tafeleend

De tafeleend is een watervogel die je het hele jaar tegen kunt komen in Nederland. Woerden zijn makkelijk te herkennen met hun roodbruine kop, rode ogen, zwarte borst en achterkant en lichtgrijze lijf. Het zal geen verrassing meer zijn dat het vrouwtje een stuk onopvallender is met haar lichtbruine kop en staart en grijsbruine verenkleed.

Hartlaubs eend (Pteronetta hartlaubii)

Hartlaubs eend

Deze grondeleend leeft in het oerwoud van Centraal Afrika en is vernoemd naar een Duitse ornitholoog, Gustav Hartlaub. Naast deze eend is er onder andere ook een meeuw naar de ornitholoog vernoemd. Hartlaubs eend kan wel 10 tot 15 jaar oud worden en woont aan beboste rivieroevers.