De 8 Bekendste Lieveheersbeestjes van Nederland
Rood met zwarte stippen: zo kent iedereen het lieveheersbeestje. Toch leven er in Nederland zo’n zestig soorten, in het rood, oranje, geel en zwart. Sinds het begin van deze eeuw zit daar ook een exoot tussen: het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, dat onze eigen soorten verdringt. Hieronder vind je de 8 bekendste lieveheersbeestjes van Nederland en hoe je het Aziatische van de inheemse soorten onderscheidt.
Algemene weetjes, zoals hoe ze hun eitjes leggen en waarom het aantal stippen niets over de leeftijd zegt, lees je in de weetjes over het lieveheersbeestje.
1. Zevenstippelig lieveheersbeestje

Het zevenstippelig lieveheersbeestje is het lieveheersbeestje uit de prentenboeken: scharlakenrood met zeven zwarte stippen, drie op elk dekschild en één in het midden op de naad. Je vindt het overal in Nederland, in tuinen, op balkons en in de stad, vooral waar bladluizen zitten.
Het is ongeveer even groot als het Aziatische lieveheersbeestje, maar heeft een ander patroon op het halsschild, het stukje tussen kop en dekschilden. In de video zie je hoe een lieveheersbeestje uit de pop kruipt en pas daarna zijn kleur en stippen krijgt.
2. Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje

Het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje komt uit Oost-Azië. Halverwege de jaren negentig werd het in Nederland verkocht als bestrijder van bladluizen in kassen. In 2002 en vooral 2003 werd het voor het eerst in het wild gezien, en inmiddels is het een van de algemeenste lieveheersbeestjes van het land.
De soort komt in veel kleuren voor: rood of oranje met een wisselend aantal zwarte stippen, of zwart met twee of vier rode vlekken. Op kleur alleen herken je hem dus niet. Het is vrijwel zeker een Aziatisch lieveheersbeestje als deze vier kenmerken samen kloppen:
- Hij is groot: 5 tot 8 millimeter.
- Op het halsschild staat een donkere M of een vlek die lijkt op de pootafdruk van een kat. Of het halsschild is zwart met brede, lichte randen.
- De onderkant is zwart in het midden, met een lichtoranje rand.
- Aan het eind van de dekschilden zit een klein deukje.
Voor onze eigen soorten is het Aziatische lieveheersbeestje een probleem. Het eet dezelfde bladluizen, maar ook hun larven, en die van vlinders, gaasvliegen en zweefvliegen. Vanaf de eerste kou in oktober trekt het vaak met honderden tegelijk huizen in om te overwinteren. Gevaarlijk is dat niet, maar bij verstoring scheidt het een vies ruikend vocht af dat vlekken maakt. Houd in de herfst ramen en deuren dicht als je ze op de gevel ziet, en zuig binnengekomen kevers op met een nylonkous in de stofzuigerbuis.
3. Tweestippelig lieveheersbeestje

Het tweestippelig lieveheersbeestje is een inheemse soort die net als het Aziatische heel wisselend van kleur is. Meestal is het rood met twee zwarte stippen, maar er bestaat ook een zwarte vorm met twee rode vlekken. Bovendien kruipt ook deze soort in de winter in groepjes in huizen, en daardoor worden ze vaak verward.
Toch zijn ze uit elkaar te houden: het tweestippelig lieveheersbeestje is kleiner dan 5 millimeter, heeft een anders getekend halsschild en zwarte poten. De soort heeft veel last van zijn Aziatische concurrent. Onderzoek aan bomen in Brussel liet zien dat het tweestippelig lieveheersbeestje er flink onder lijdt.
4. Tienstippelig lieveheersbeestje

Het tienstippelig lieveheersbeestje komt algemeen voor op loofbomen. Het bestaat in drie heel verschillende kleurvarianten, en sommige daarvan lijken sterk op het Aziatische lieveheersbeestje. Het grootste verschil: het tienstippelige is kleiner.
5. Harlekijnlieveheersbeestje

Het harlekijnlieveheersbeestje is een inheemse soort, maar met zijn felle kleurpatroon lijkt het sprekend op een Aziatisch lieveheersbeestje. Het is ook ongeveer even groot. Het verschil zit in de tekening op het halsschild. Je vindt deze soort vooral op naaldbomen.
6. Veertienstippelig lieveheersbeestje (Schaakbordlieveheersbeestje)

Het veertienstippelig lieveheersbeestje is een klein, geel-zwart lieveheersbeestje dat algemeen voorkomt. Het aantal vlekken ligt bij deze soort niet vast. De naam verwijst naar het aantal stippen dat je meestal op de dekschilden telt.
7. Tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje (Citroenlieveheersbeestje)

Felgeel met 22 zwarte stippen en maar 3 tot 4,5 millimeter groot: dat is het tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje, ook wel citroenlieveheersbeestje genoemd. Je ziet het vaak in tuinen en op balkons.
Bijzonder is zijn menu. Het eet geen bladluizen, maar meeldauw, een schimmel die als een wit poederlaagje op bladeren ligt.
8. Zestienstippelig lieveheersbeestje

Het zestienstippelig lieveheersbeestje valt op door zijn winterslaap. De meeste lieveheersbeestjes overwinteren in kleine groepjes in schuurtjes, holle bomen of op zolder, maar deze soort kruipt met tienduizenden tegelijk bij elkaar.
Andere soorten zijn kieskeurig in hun leefgebied. Het negentienstippelig lieveheersbeestje leeft in rietvelden, en het achttienstippelig en het gestreept lieveheersbeestje zitten op de takken van naaldbomen. Lieveheersbeestjes horen trouwens bij de kevers, net als de mestkever en de herculeskever.
