Stel je eens een dinosaurus voor. Waarschijnlijk denk je meteen aan een enorm beest, zoals een Tyrannosaurus Rex of een Supersaurus. Maar lang niet alle dino’s waren zo groot. Sommige waren nauwelijks groter dan een duif. De volgende tien dinosauriërs behoren tot de kleinste ooit gevonden. Ze zouden niet misstaan in een combinatie van Jurassic Park en Madurodam!
1. Naamloos: BEXHM: 2008.14.1 (17 tot 50 centimeter)
Veel is er niet bekend over deze kleine dinosaurus die nog steeds naamloos door het leven gaat. Er is dan ook alleen een nekwervel gevonden. Onderzoekers hebben aan de hand van deze wervel bedacht hoe de wervelkolom en het silhouet van deze dino eruit zouden kunnen zien. Het vermoeden bestaat dat BEXHM: 2008.14.1 een Maniraptora was, een zogenaamde “handrover”. Zonder meer botmateriaal blijft het gissen naar zijn werkelijke formaat.
2. Epidexipteryx hui (25 centimeter)

Epidexipteryx hui was zo groot als een duif en werd voor het eerst beschreven in 2008. De naam betekent “veertonend” en “hui” is toegevoegd als eerbetoon aan de Chinese paleontoloog Yaoming Hu, die kort daarvoor was overleden. De soort had vier lange sierstaartpennen, maar geen vliegveren: hij kon waarschijnlijk niet vliegen, of had dat vermogen op enig moment verloren. Die staartpennen dienden vermoedelijk om indruk te maken op vrouwtjes. Hij leefde tijdens het late Jura in het gebied dat we nu Mongolië noemen.
3. Eosinopteryx brevipenna (30 centimeter)
Nadat het Yizhou Fossil & Geology Park dit fossiel kocht van een illegale handelaar, werd de preparatie uiteindelijk voltooid door een Belgisch team dat de soort in 2012 beschreef. De naam is een samenvoeging van Oudgriekse en Latijnse woorden die zich laten vertalen als “dageraad”, “Chinees” en “vleugel”. “Brevipenna” staat voor “korte slagpen”, wat direct verwijst naar zijn beperkte vliegvermogen. De soort leefde tijdens het late Jura in het gebied dat we nu China noemen.
4. Nqwebasaurus thwazi (30 centimeter)
In 1996 werden bij Kirkwood in Zuid-Afrika delen opgegraven van het skelet van deze kleine dino. William de Klerk en Callum Ross troffen onder andere een gedeeltelijke schedel, wervels en poten aan. Ook lagen er twaalf gastrolieten: stenen die worden ingeslikt en gebruikt voor de spijsvertering. Nqweba is de naam van de streek waar de vindplaats zich bevindt in de Xhosa-taal, en “thwazi” betekent in diezelfde taal “snelle renner”. De Nqwebasaurus thwazi behoort net als de Tyrannosaurus Rex tot de Coelurosauria.
5. Ornithomimus minutus (30 centimeter)

Drie middenvoetsbeentjes: dat is het enige bewijs dat ooit gevonden is van het bestaan van deze dino. De Amerikaanse paleontoloog Othniel Charles Marsh kreeg deze botjes onder ogen en gaf de soort in 1892 de naam Ornithomimus minutus. “Minutus” verwijst naar het kleine formaat en betekent zoveel als “de piepkleine”. Tachtig jaar later plakte Dale Russell een ander etiket op de soort: Dromaeosaurus minutus, en in 2000 herbenoemde George Olshevsky hem als Troodon minutus. Waar alle onderzoekers het over eens waren: het gaat om een kleine theropode dinosauriër.
6. Palaeopteryx thomsoni (30 centimeter)
Het is ook niet makkelijk om een mogelijk nieuwe soort te identificeren aan de hand van een enkel botfragment, bekend als BYU 2022. Het geslacht Palaeopteryx wordt dan ook beschouwd als een “nomen dubium”, een naam waaraan getwijfeld kan worden. In 1970 werd het botfragment gevonden tijdens een expeditie in westelijk Colorado. In 1981 benoemde expeditieleider J.A. Jensen de soort, maar maakte daarbij een fout in de identificatie. In 1989 deed hij een tweede poging, samen met K. Padian. Tot op heden blijft de status van deze soort onzeker.
7. Parvicursor remotus (39 centimeter)
Tijdens het late Krijt kwam Parvicursor remotus voor in het gebied dat we tegenwoordig Mongolië noemen. In 1992 werden bij Choelsan de eerste resten aangetroffen: een gedeeltelijk skelet waarvan de schedel ontbreekt. “Parvicursor” betekent “kleine renner”. Met een gewicht van slechts 162 gram gold hij lange tijd als de kleinste bekende niet-vogelachtige dinosaurus. In 2022 werd echter vastgesteld dat het gevonden exemplaar een jong dier was, wat betekent dat volwassen exemplaren iets groter kunnen zijn geweest.
8. Archaeopteryx lithographica (40 centimeter)
Archaeopteryx, ook wel “de Oervogel” genoemd, leefde in het late Jura in het gebied dat nu bekend staat als Duitsland. In 1861 beschreef men het fossiel van een veer en in datzelfde jaar werd in het huidige Beieren een skelet aangetroffen. Het gevederde dier hield het midden tussen een reptiel en een vogel en staat aan de basis van de evolutie naar moderne vogels. Door het ontbreken van een gespierde borstkam was de Archaeopteryx waarschijnlijk geen hoogvlieger: hij vloog eerder laag boven de grond op zoek naar insecten.
9. Microraptor zhaoianus (42 tot 120 centimeter)
Deze kleine roofsauriërs leefden in het gebied dat we nu China noemen. De soort werd ontdekt na een klein schandaal in de dino-wereld. In 1999 kocht Stephan Czerkas een fossiel genaamd “Archaeoraptor” op de zwarte markt. Het zou een bijzondere tussenvorm zijn tussen dino’s en vogels, maar het bleek een vervalsing: botten van minstens drie verschillende diersoorten lagen vlak bij elkaar en werden per ongeluk als één geheel beschouwd. Het staartfossiel bleek afkomstig van de Microraptor. Inmiddels zijn er honderden exemplaren opgegraven, waarvan vele dankzij vulkaanas uitstekend bewaard zijn gebleven. Bij sommige is het verenkleed nog zichtbaar en zelfs de laatste maaltijd is bij een aantal fossielen nog in de buikholte te zien.
10. Xixianykus zhangi (50 centimeter)
Het fossiel van Xixianykus zhangi lag in de Chinese provincie Henan sinds het late Krijt te wachten op ontdekking. De ruggengraat, het bekken en delen van de achterpoten werden er aangetroffen. In 2010 werd het geslacht benoemd en beschreven door Xu Xing, die een samentrekking maakte van het district Xixia en een afleiding van het Griekse “onyx”, oftewel “klauw”. Gezien zijn relatief lange benen in combinatie met korte dijbenen was Xixianykus waarschijnlijk een snelle renner die zich voedde met insecten.