In de dichte nevelwouden, mangrovemoerassen van de Sundarbans en het ruige grasland van India sluipt de onbetwiste heerser van het Aziatische dierenrijk: de Bengaalse tijger. Met zijn vurige oranje vacht, hypnotiserende amberkleurige ogen en vlijmscherpe hoektanden van bijna tien centimeter is hij een van de meest ontzagwekkende roofdieren op aarde. Maar wist je dat deze gigantische kat dol is op zwemmen, hoffelijker is dan een leeuw en dat witte tijgers geen albino’s zijn? Dit zijn 10 brullende weetjes over de Bengaalse tijger.
1. Witte tijgers zijn geen albino’s maar genetische mutanten

Wie wel eens een sneeuwwitte tijger met ijsblauwe ogen in een dierentuin heeft bewonderd, denkt vaak dat het om een aparte ondersoort of om albinisme gaat. Dat klopt niet.
Een witte tijger is een zuivere Bengaalse tijger met een zeldzame recessieve genetische mutatie (leucisme). Deze mutatie onderdrukt de aanmaak van het pigment feomelanine (rood en oranje), terwijl de donkere strepen behouden blijven. In het wild is deze witte vacht echter een levensgevaarlijk nadeel: zonder zijn oranje schutkleur valt het dier direct op in het groene oerwoud, waardoor jagen bijna onmogelijk is.
2. Begenadigde zwemmers die dol zijn op water
In tegenstelling tot de meeste katachtigen – die water haten en er met een grote boog omheen lopen – is de Bengaalse tijger verzot op water.
Tijdens het heetst van de Indiase middag zoeken ze verkoeling in diepe rivieren, meren en moerassen, waarbij ze vaak urenlang met alleen hun kop boven water blijven dobberen. Het zijn fantastische zwemmers die moeiteloos brede rivieren van wel dertig kilometer oversteken en zelfs onder water op vissen en zwemmende herten jagen!
3. Vriendelijk ‘prusten’ in plaats van spinnen
Grote katten van het geslacht Panthera kunnen door hun soepele tongbeen niet spinnen zoals een huiskat. In plaats daarvan heeft de tijger een heel eigen manier om genegenheid te tonen: het chuffen of prusten.
Dit is een zacht, snuivend blaasgeluid door de neusgaten waarbij de bek gesloten blijft. Het dient als een vriendelijke begroeting tussen moeder en welpen, of tussen een mannetje en vrouwtje tijdens de paartijd. Tijdens de jacht zijn ze daarentegen muisstil; pas na een succesvolle jacht laten ze een brul horen die tot drie kilometer ver draagt.
4. Lage vruchtbaarheid en hoge welpensterfte

Het voortbestaan van de tijger is een biologische strijd. Het vrouwtje is per jaar slechts enkele dagen vruchtbaar.
Om een succesvolle bevruchting te garanderen, paart het koppel gedurende enkele dagen tientallen keren per etmaal. Na een draagtijd van ruim drie maanden worden er twee tot vier welpjes geboren. Helaas overleeft meer dan de helft van de welpen het eerste levensjaar niet door roofdieren, voedselgebrek of zwervende mannetjes.
5. Explosieve sprinters met enorme sprongkracht
Bengaalse tijgers zijn zwaargewichten: een volwassen mannetje weegt tussen de 180 en 260 kilo. Toch zijn het verbluffende atleten.
Over een korte afstand kunnen ze sprinten met snelheden tot wel 65 kilometer per uur. Hun gespierde achterpoten zijn langer dan hun voorpoten, waardoor ze vanuit stand sprongen kunnen maken van maar liefst negen tot tien meter ver en bijna vijf meter hoog in de lucht!
6. Schuw voor mensen, tenzij in het nauw gedreven
Hoewel verhalen over ‘menseneters’ in India wijdverspreid zijn, ontwijken Bengaalse tijgers mensen van nature juist zoveel mogelijk.
Aanvallen op mensen gebeuren vrijwel uitsluitend wanneer een tijger oud of gewond is geraakt en geen snelle herten meer kan vangen, of wanneer dorpsbewoners ongemerkt te dicht bij een nest met welpen komen. In de Sundarbans dragen honingverzamelaars maskers op hun achterhoofd: omdat een tijger altijd van achteren aanvalt, valt hij niet aan als hij denkt dat je hem aankijkt!
7. Hoektanden van tien centimeter voor overleving

Het belangrijkste jachtwapen van de tijger zijn zijn imposante hoektanden. Met een lengte van acht tot tien centimeter bezit de Bengaalse tijger de langste hoektanden van alle levende katachtigen ter wereld!
In deze tanden zitten drukgevoelige zenuwen, waardoor de tijger in het donker exact voelt waar de nekwervels van zijn prooi zitten om met één gerichte beet het ruggenmerg door te snijden. Breek een tijger zijn hoektanden, dan is dat in het wild zijn doodvonnis: hij kan dan geen grote prooien meer doden.
8. Verrassend hoffelijke tafelmanieren

In tegenstelling tot een leeuw, die bij een karkas eerst zelf zijn buik volschrokt en de leeuwinnen en welpen pas laat eten nadat hij klaar is, vertoont het mannetje van de Bengaalse tijger opvallend galante manieren.
Wanneer een mannelijke tijger een prooi deelt met een vrouwtje en haar welpen, laat hij het vrouwtje en de jongen steevast als eerste eten! Pas wanneer de kleintjes voldaan zijn, schuift de patriarch zelf aan om te dineren.
9. Onzichtbaar in het hoge gras

Een feloranje dier met zwarte strepen lijkt op het eerste gezicht enorm op te vallen. Maar voor de voornaamste prooidieren van de tijger – zoals herten, zwijnen en antilopen – is dat niet zo.
Deze hoefdieren zijn zogeheten dichromaten: ze kunnen geen onderscheid maken tussen rood, oranje en groen. Voor een hert oogt de oranje vacht van de tijger precies hetzelfde als het groen van het gras! De zwarte, verticale strepen breken het silhouet van de tijger perfect af tegen de schaduwen van bamboe en manshoog olifantengras.
10. Bedreigd maar vechtend voor herstel

Aan het begin van de twintigste eeuw zwierven er naar schatting honderdduizend tijgers door Azië. Rond 1970 waren dat er door meedogenloze trofeeënjacht en ontbossing nog amper een paar duizend.
Gelukkig werpt ‘Project Tiger’ in India zijn vruchten af: dankzij zwaarbewaakte reservaten en harde straffen op stroperij telt India inmiddels weer ruim drieduizend wilde Bengaalse tijgers – goed voor meer dan 70% van de wereldwijde tijgerpopulatie. Toch blijft strikte bescherming van hun corridors bittere noodzaak.