12 Dieren met hele grote oren

Dieren met grote oren kunnen natuurlijk goed horen. Handig als je veel vijanden hebt in de natuur. Of als je moeilijk vindbare hapjes zoals kleine insecten wilt opsporen. Maar grote oren kunnen er ook voor zorgen dat je lekker kunt afkoelen als het heet is. Bovenal zijn dieren met grote oren gewoon ontzettend leuk om te zien. Wij zetten de 12 meest bijzondere soorten op een rij.

Langoorbuideldas

Langoorbuideldas

Vroeger bestonden er zowel kleine als grote langoorbuideldassen. Maar de kleine soort is uitgestorven en ook de grote is helaas zeldzaam. Ze leven in Australië en hebben grote sterke poten, een langgerekte staart en natuurlijk hele lange oren. Deze grappige dieren heten daar bilbies. Ze graven lange en diepe holen om overdag lekker in te slapen. In de nacht gaan ze op pad om smakelijke insecten te vangen.

Zwartstaarthaas

Zwartstaarthaas
Jim Harper/wikipedia

De zwartstaarthaas of ook wel zwartstaartezelhaas woont in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico. Zoals zijn naam al doet vermoeden heeft hij een zwarte staart en enorme oren. Die heeft hij vooral om gevaar te horen. Maar in woestijngebieden zijn ze ook handig om een beetje te kunnen afkoelen. De oren bevatten veel bloedvaten zodat bloed snel in aanraking komt met koele lucht als de dieren in de schaduw liggen en zo snel kan afkoelen. Zwartstaarthazen zijn pijlsnel en kunnen metershoge reusachtige sprongen maken.

Macrotus Californicus

Macrotus Californicus

De Macrotus Californicus of de Californian Leaf-nosed Bat stamt uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld. Bladneusvleermuizen uit de Oude Wereld horen tot een andere familie. De Macrotus Californicus leeft in een gebied dat zich uitstrekt van het zuiden van Californië tot in Mexico. Dit beestje kan extreem goed horen en gebruikt dit om ook maar het kleinste gefladder van een insectenvleugeltje te horen en toe te slaan.

Muildierhert

Muildierhert

Muildierherten danken hun naam aan hun oren die lijken op de oren van muildieren. Ze zijn nauw verwant aan het eveneens Noord-Amerikaanse witstaarthert. In de winter is hun acht grijsachtig bruin en in de zomer wat geliger. Muildierherten hebben de grootste oren van de hertenfamilie. Met hun oren kunnen ze heel precies gevaar uit alle richtingen horen. Dat is handig als je een interessante prooi bent voor wolven, coyotes en andere dieren.

Grootoorspringmuis

grootoorspringmuis2

Grootoorspringmuizen horen tot de familie van de jerboa’s en zijn kleine maar dappere knaagdiertjes. Ze zijn maar 7 tot 9 centimeter groot en laten zich niet snel zien. De diertjes kunnen zich als de bliksem voortbewegen en super hoog springen dankzij achterpoten die tot vier keer zo lang zijn als de voorpoten. Ze lijken wel een kruising tussen een muis, een kangoeroe en een antilope. Grootoorspringmuizen leven in woestijngebieden in het noorden van China en in Mongolië. Deze leuke gekke diertjes zijn geknipt voor een grappige film.

Galago

Galago
Jacobmacmillan/wikipedia

Galago’s ken je misschien ook wel als bush babies. Ze praten met elkaar door hard te roepen en dat klinkt een beetje als het huilen van een baby. De halfaapjes uit Afrika zijn echte nachtdieren. Met hun lange pluimstaart en grote achterpoten hebben ze goed grip als ze door de bomen en struiken springen. Ze kunnen hun oren afzonderlijk van elkaar naar geluid draaien maar ook helemaal plat vouwen. Insecten plukken ze met hun voorpootjes zo uit de lucht.

Bassethond

bassethond

De Engelse Bassethonden hebben met hun lange oren zo’n heerlijk druilerige blik. Het zijn kleine maar robuuste en super vrolijke jachthonden met vliegende flaporen. Ze hebben gezellige lichaamsplooien en korte pootjes met een lange rug. Ze kunnen beter niet traplopen en moeten ook uitkijken voor oorinfecties. Meestal bestaat hun vacht uit de kleuren zwart, wit en bruin. Bassethonden zijn slim en koppig maar makkelijke en lieve gezinshonden.

Caracal

Caracal

De Caracal staat bekend om zijn grote oren met zwarte pluimpjes waar ze natuurlijk goed mee kunnen horen. Ze noemen hem ook wel woestijnlynx maar hij lijkt meer verwant aan de Afrikaanse goudkat. Het is een middelgrote slanke kat met hoge poten die leeft in Afrika en het zuidwesten van Azië. Overdag verstopt hij zich tussen de rotsen of in een hol en ‘s ochtends en ‘s avonds gaat hij op jacht. Vooral omdat het dan wat koeler is.

Savanneolifanten

Savanneolifanten
Olifanten hebben natuurlijk enorme flaporen. In verhouding tot hun lichaam zijn de oren van olifanten immens groot. Ze gebruiken ze om elkaar te waarschuwen of om te laten zien dat ze de beste zijn. Voor de Afrikaanse Savanneolifanten zijn de oren hun belangrijkste manier om af te koelen. Aan de achterkant van de oren lopen namelijk veel bloedvaten. Als de olifanten met hun oren wapperen, vinden ze snel een beetje verkoeling.

Vingerdier

Vingerdier
Frank Vassen/flickr

Het vingerdier of de aye-aye is een maki van Madagaskar en is ‘s nachts actief. Ze danken hun naam aan hun gekke, lange middelvingers. Vingerdiertjes zijn gek op insecten die in hout leven. Ze kloppen op stukken hout en met hun grote oren luisteren ze dan goed of ze iets horen. Als dat zo is, knagen ze het hout open en met hun middelvingers peuteren ze de hapjes eruit. Dezelfde werkwijze hanteren ze bij het eten van het vruchtvlees van kokosnoten. Het vingerdiertje heeft een zwarte vacht met witte haartjes.

Fennek

Fennek

Er is een pantserwagen vernoemd naar de kleine woestijnvos de fennek. Omdat hij stil en onopvallend is maar ook snel en meedogenloos. Hij is de kleinste van alle vossen maar heeft wel de grootste oren van allemaal. De vacht van de fennek heeft de kleur van abrikozen en hij heeft een witte buik. Dit nachtdier komt vooral voor in de Sahara. Zijn oren helpen prooien op te sporen maar ook om een klein beetje af te koelen. Fenneks zijn hondachtigen en zo hijgen ze ook als ze het warm hebben.

Serval

Serval

De serval is een katachtig dier op hoge poten met grote oren en een opvallende bruingele vacht met zwarte vlekken. Op de Afrikaanse savanne jaagt hij bij voorkeur in natte gebieden. Als hij een lekker hapje ziet, springt hij hoog in de lucht om met vier poten tegelijk weer te landen en met zijn voorpoten zijn prooi te grijpen. Ze jagen meestal ‘s avonds waarbij hun oren haarfijn geluiden van kleine knaagdierhapjes opvangen, zelfs als die verstopt zitten in het hoge gras.