Tussen de dorre acaciastruiken van Oost- en Zuid-Afrika scharrelt een van de meest aandoenlijke schepsels van het dierenrijk: de dikdik (*Madoqua*). Met zijn gigantische, met lange wimpers omrande bambi-ogen, piepkleine hoorntjes en een grappig beweeglijk snuitje lijkt deze dwergantilope zo weggelopen uit een animatiefilm. Maar achter dit suikerzoete uiterlijk schuilt een bikkelharde overlever die kan overleven in kurkdroge halfwoestijnen zonder ooit een druppel water te drinken.
Dit zijn 12 schattige en verrassende weetjes over de dikdik.
1. Een van de allerkleinste antilopen op aarde

Als je aan een antilope denkt, zie je al snel grote gnoes of impala’s voor je. De dikdik bewijst dat het ook op zakformaat kan.
Een volwassen dier heeft een schouderhoogte van amper dertig tot veertig centimeter en weegt tussen de drie en zes kilo – nauwelijks meer dan een flinke huiskat of een haas! Opvallend detail: bij dikdiks zijn de vrouwtjes juist iets groter en zwaarder dan de mannetjes.
2. Hun naam is letterlijk hun alarmkreet
Hoe komt zo’n schattig beestje aan de bizarre naam ‘dikdik’? Het is een klanknabootsing van het alarmgeluid dat ze produceren als er gevaar dreigt.
Wanneer een dikdik een luipaard, jakhals of roofvogel ontdekt, blaast hij met grote kracht lucht door zijn neus. Dit brengt een schel, fluitend *”dik-dik”* of *”zik-zik”* geluid voort. Niet alleen zijn partner schiet dan direct in dekking; ook andere hoefdieren in de omgeving weten meteen dat er een rover op de loer ligt.
3. Alleen het mannetje draagt hoorntjes
Kijk goed naar de kop: zie je twee kleine, geribbelde pieken die tussen de kuif van zijn voorhoofd uitsteken? Dan kijk je naar een mannetje.
Deze zwarte hoorntjes worden zelden langer dan zeven centimeter en hellen iets achterover. Ze dienen niet om roofdieren af te weren, maar worden gebruikt bij korte, felle rituele duels tussen rivaliserende mannetjes om territoriumgrenzen te beslechten.
4. Een beweeglijke miniatuurslurf als airconditioning

Het meest karakteristieke kenmerk van de dikdik is zijn verlengde, beweeglijke neus die hij voortdurend heen en weer laat wiebelen.
Deze snuit is een meesterlijk staaltje natuurlijke koeltechniek. De neusholte is uitzonderlijk breed en voorzien van talloze bloedvaatjes. Door snel te hijgen en lucht door de neus te circuleren, verdampt vocht op de slijmvliezen. Hierdoor koelt het bloed razendsnel af voordat het naar de hersenen stroomt, waardoor de dikdik moeiteloos extreme woestijnhitte van meer dan 40 graden doorstaat.
5. Monogame stelletjes die elkaar nooit verlaten
In de dierenwereld is echte trouw zeldzaam, maar dikdiks vormen een van de meest hechte monogame paartjes in het dierenrijk.
Zodra een mannetje en vrouwtje elkaar vinden, blijven ze hun hele leven – vaak zo’n tien jaar lang – onafscheidelijk bij elkaar. Ze slapen zij aan zij, foerageren samen en verdedigen gezamenlijk hun territorium. Sterft een van de twee partners, dan is het overgebleven dier vaak zó gestrest dat het binnen afzienbare tijd ook het leven laat.
6. Zwarte teerachtige tranen als geurvlag
Vlak onder de binnenhoeken van hun grote ogen bevindt zich een opvallende, zwarte vlek: de *pre-orbitale klier*.
Deze klier scheidt een kleverige, teerachtige substantie uit met een sterke persoonlijke geur. De dikdik drukt zijn ooghoek tegen takjes, grashalmen en boomstronken om deze geurstof af te zetten. Zo bakenen het paartje nauwgezet de grenzen van hun territorium af voor indringers.
7. Poepen op dezelfde familiehoop
Naast geurklieren hanteren dikdiks nog een ander afbakeningsritueel: ze maken gebruik van vaste ‘latrines’.
Het hele gezin deponeert hun keutels consequent op dezelfde mestheuvel aan de grens van hun domein. Eerst doet het vrouwtje haar behoefte, waarna het mannetje er plechtig zijn eigen mest en geur overheen legt om te benadrukken dat het territorium bezet is.
8. Kieskeurige fijnproevers

Gras eten zoals een koe of een zebra? Dat is voor de dikdik veel te grof en vezelrijk. Ze zijn zogeheten *browsers* met een kieskeurige smaak.
Dankzij hun spitse, beweeglijke lippen kunnen ze tussen vlijmscherpe acaciadoorns door de meest voedzame en zachte scheuten, blaadjes, knoppen en bloemen plukken. Deze geconcentreerde voeding verteert snel en levert maximale calorieën op.
9. Overleven zonder een druppel water
In de kurkdroge steppes van Oost-Afrika is open drinkwater een schaars goed. Dikdiks hoeven echter nooit naar een gevaarlijke drinkplaats vol krokodillen te trekken: ze drinken vrijwel nooit!
Ze halen vrijwel al het benodigde vocht uit hun voedsel: door vroeg in de ochtend en diep in de nacht te grazen, likken ze dauwdruppels van de bladeren. Bovendien hebben ze extreem efficiënte nieren die water tot de allerlaatste druppel recyclen; hun urine is supergeconcentreerd en hun ontlasting bestaat uit gortdroge keuteltjes.
10. Prooi voor bijna elk Afrikaans roofdier
Vanwege hun kleine formaat staan dikdiks bij vrijwel elk roofdier op het menu.
Leeuwen, luipaarden, cheeta’s, caracals, jakhalzen, hyena’s en bavianen jagen op ze. Zelfs grote roofvogels zoals de vechtarend en wurgslangen zoals de rotspython schromen niet om een volwassen dikdik te grijpen. Daarom zijn ze voortdurend alert en brengen ze het grootste deel van de dag roerloos door in dicht struikgewas.
11. Nachtbrakers en schemerdieren

Tijdens het heetst van de dag houden dikdiks zich gedeisd in de schaduw van dichte doornstruiken.
Hun piekactiviteit ligt tijdens de vroege ochtendgloren en de late avondschemering. Bij heldere nachten met veel maanlicht foerageren ze ook ’s nachts, omdat de woestijnlucht dan koeler is en de begroeiing vol verse dauw zit.
12. Vliegensvlugge zigzagsprinters
Wordt een dikdik ontdekt door een roofdier? Dan schiet hij ervandoor met een topsnelheid van maar liefst 42 kilometer per uur!
Hij rent niet in een rechte lijn, maar maakt onvoorspelbare, vlijmscherpe zigzagsprongen van links naar rechts door het doornige struikgewas. De belager raakt verstrikt in de stekels, terwijl de tengere dwergantilope als een speer onder de takken door verdwijnt.
