In de warme, ondiepe kustwateren en kristalheldere rivierbronnen van Florida, het Caribisch gebied en het Amazonebekken dobbert een van de meest zachtaardige reuzen van het dierenrijk: de zeekoe, ook wel bekend als de lamantijn. Met hun ronde, vlezige snuit, rimpelige lijf en vredige blik lijken deze kolossen van een paar honderd kilo op zwevende onderwaterolifanten. En dat is geen toeval: genetisch gezien zijn ze nauwer verwant aan de olifant dan aan walvissen!
Dit zijn 14 fascinerende en leuke weetjes over de zeekoe.
1. Vreedzame vegetariërs die 50 kilo zeegras per dag verorberen

Zeekoeien hebben hun naam niet gestolen: net als grazende koeien op het weiland brengen ze vrijwel hun hele dag etend door op uitgestrekte onderzeese zeegrasvelden.
Een volwassen lamantijn weegt tussen de 400 en 600 kilo en heeft dagelijks zo’n 10% tot 15% van zijn eigen lichaamsgewicht aan vers groenvoer nodig. Dat betekent dat één dier per dag tot wel vijftig kilo zeegras, algen en waterplanten naar binnen maalt! Ze gebruiken hun gespierde, gespleten bovenlip als een stel flexibele vingers om planten met wortel en al uit de modder te trekken.
2. Thuis in zoet én zout water
Caribische en West-Afrikaanse lamantijnen beschikken over een fysiologisch meesterwerk: ze kunnen naadloos schakelen tussen zout zeewater, brakke lagunes en zoetwaterrivieren.
Hun nieren zijn uiterst efficiënt en kunnen het overtollige zout uit zeewater filteren. Wel moeten ze regelmatig naar zoetwaterbronnen of riviermondingen zwemmen om hun dorst te lessen met vers drinkwater; lamantijnen worden regelmatig gespot terwijl ze gretig drinken uit slangen van jachthavens!
3. Grote koukleumen met een dunne vetlaag

Hoewel een zeekoe er met zijn ronde omvang uitziet alsof hij barst van het spek, schijn bedriegt. Zijn volumineuze buik bestaat niet uit isolerend vet, maar uit een gigantisch maag-darmstelsel dat nodig is om taaie plantenvezels te verteren.
Zeekoeien hebben juist een verrassend dunne vetlaag en een uiterst trage stofwisseling. Daalt de watertemperatuur onder de 20 graden Celsius, dan kunnen ze hun lichaamstemperatuur niet op peil houden en bezwijken ze aan het levensgevaarlijke cold stress syndrome. In de winter vluchten honderden lamantijnen daarom massaal naar warme, natuurlijke bronnen of de warmwaterlozingen van elektriciteitscentrales in Florida.
4. Rustig ademhalen om de twintig minuten
Als zoogdieren moeten zeekoeien regelmatig naar de oppervlakte komen om zuurstof te happen.
Tijdens actieve zwemtochten steken ze elke drie tot vijf minuten even hun neusgaten boven water. Hun neusgaten zijn voorzien van vlezige klepjes die onder water hermetisch sluiten. Wanneer een lamantijn op de bodem ligt te rusten, kan hij zijn hartslag drastisch verlagen en tot wel twintig minuten lang onder water blijven zonder adem te halen!
5. De Amazonelamantijn: een dwerg zonder nagels

Binnen de zeekoenfamilie is de Amazonelamantijn (Trichechus inunguis) een bijzonder geval.
Dit is de kleinste soort (hij wordt zelden zwaarder dan driehonderd kilo) en hij leeft als enige soort uitsluitend in zoet water in het Amazonebekken. Bovendien ontbreken op zijn flippers de typische nageltjes die andere lamantijnen wel hebben (vandaar de soortaanduiding inunguis, wat ‘nagelloos’ betekent), en heeft hij vaak een opvallende, helderwitte of roze vlek op zijn borst.
6. De doejong: de neef met de walvisstaart

Naast de drie soorten lamantijnen (Caribisch, Afrikaans en Amazone) bestaat er nog een vierde levende zeekoeiensoort: de doejong (Dugong dugon).
Het verschil zie je direct aan de staart: waar een lamantijn een brede, ronde peddelstaart heeft als een bever, bezit de doejong een diep ingesneden, gevorkte staartvin die sprekend lijkt op die van een dolfijn of walvis. Doejongs leven uitsluitend in zout water in de Indische en Stille Oceaan, met name rond de noordkust van Australië.
7. Naaste familie van de Afrikaanse olifant

Wie de stamboom van de zeekoe bekijkt, stuit op een verrassing. Evolutionair gezien zijn zeekoeien helemaal niet verwant aan walvissen of zeehonden, maar behoren ze tot de ” Afrotheria” .
Hun naaste levende verwanten op het land zijn klipdassen en… olifanten! Ze delen duidelijke anatomische kenmerken: de kleine nageltjes op hun flippers zijn identiek aan olifantennagels, hun tepels zitten vlak achter hun voorpoten (in de ‘oksels’), en hun slurfachtige bovenlip herinnert aan de vroege voorouders van de slurfdieren.
8. Een oneindige loopband aan nieuwe tanden
Omdat zeegras vol zit met schurend zand en kiezelzuur, zouden normale kiezen binnen een paar jaar tot op het tandvlees afslijten.
De zeekoe lost dit op met polyfyodontie: een natuurlijke lopende band aan tanden (marching molars). Achterin de kaak groeien continu nieuwe kiezen. Naarmate de voorste kiezen afslijten en uitvallen, schuiven de achterste kiezen langzaam naar voren. Een zeekoe kan hierdoor zijn hele leven lang ongestoord zanderig zandgras blijven kauwen zonder tandproblemen!
9. De reusachtige Stellerzeekoe: binnen 27 jaar uitgeroeid
Tot in de achttiende eeuw leefde in de ijskoude Beringzee een ware gigant: de Stellerzeekoe (Hydrodamalis gigas).
Dit monsterlijke dier werd tot wel negen meter lang en woog tien ton – groter dan een volwassen olifant! Tragisch genoeg werd de soort in 1741 ontdekt door schipbreukelingen van ontdekkingsreiziger Vitus Bering. Omdat het dier weerloos was en heerlijk vlees leverde, werd de complete wereldpopulatie door meedogenloze walvisvaarders binnen amper 27 jaar na ontdekking volledig uitgeroeid.
10. Oorsprong van de zeemeerminmythen
Toen Christoffel Columbus in 1493 langs de kusten van de Dominicaanse Republiek voer, schreef hij in zijn logboek dat hij drie zeemeerminnen had gezien die boven het water uitrezen. Hij tekende er echter teleurgesteld bij aan dat “ze lang niet zo mooi waren als schilders beweerden, want hun gezichten leken verdacht veel op die van mannen”.
Wat de vermoeide zeelui na maanden op zee hadden aangezien voor verleidelijke zeenimfen, waren in werkelijkheid nieuwsgierige lamantijnen die met hun jongen aan de oppervlakte dobberden!
11. Een zwaar skelet als natuurlijke duikloodjes
De botten van een zeekoe zijn uniek in het dierenrijk: ze hebben geen mergholte en zijn massief en loodzwaar (*pachyosteosclerose*).
Dit zware skelet fungeert als natuurlijk duiklood. Omdat hun plantenrijke darmen voortdurend gassen produceren die hen naar de oppervlakte doen drijven, zorgt het massieve beendergestel voor een perfect neutraal drijfvermogen, waardoor ze moeiteloos op de bodem kunnen blijven grazen.
12. Twee jaar intensieve moederzorg

De voortplanting van zeekoeien verloopt traag. Een vrouwtje is meer dan een jaar zwanger (circa dertien maanden) en bevalt onder water van één enkel kalf dat direct naar de oppervlakte wordt geduwd voor zijn eerste teug lucht.
De band tussen moeder en kalf is innig: het jong drinkt tot wel twee jaar lang melk bij de moeder en wijkt al die tijd geen seconde van haar zijde. Pas rond hun vijfde levensjaar zijn lamantijnen zelfstandig en geslachtsrijp.
13. Slechts zes nekwervels
Vrijwel elk zoogdier op aarde – van een minuscuul muisje tot een giraffe met een meterslange hals – heeft exact zeven nekwervels.
De zeekoe is samen met de tweevingerige luiaard de enige uitzondering op deze biologische wet: hij heeft slechts zes nekwervels! Hierdoor kan een zeekoe zijn kop niet naar links of rechts draaien; als hij wil zien wat er naast hem gebeurt, moet hij zijn hele zware lichaam langzaam in het water ronddraaien.
14. Ernstig bedreigd door speedboten
De grootste vijand van de zeekoe is niet de haai of de alligator, maar de mens.
Omdat lamantijnen langzaam zwemmen en graag net onder het wateroppervlak soezen, worden ze regelmatig overvaren door snelle motorboten. Vrijwel elke volwassen lamantijn in Florida draagt diepe littekens van bootschroeven op zijn rug. Gelukkig hebben strenge vaarsnelheidsbeperkingen in natuurgebieden en beschermingsprojecten ervoor gezorgd dat hun populaties de laatste jaren langzaam weer opkrabbelen.