17 Dieren die alleen op Madagaskar leven

Ten oosten van het continent Afrika ligt het op drie na grootste eiland ter wereld: Madagaskar. Op een oppervlakte van 587.041 km² vind je zeer uiteenlopende landschappen. Steppen, tropische regenwouden, woestijngebied, bossen en (vulkanische) gebergtes vormen de habitat van vele bijzondere diersoorten, die alleen op Madagaskar voorkomen.

Satanische bladstaart gekko

satanische bladstaart gekko

Met zijn bijzondere uiterlijk lijkt de satanische bladstaartgekko wel wat op een duiveltje, zoals je die in tekenfilms ziet. De lokale bevolking noemt hem dan ook ‘taha-fisaka’, wat duivel betekent. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het onvoorspelbare gedrag van deze gekko’s. De bladstaartgekko kan rustig op een boomstam een beetje zitten te relaxen en gewoon gekko zitten te zijn, maar als hij gestoord wordt, kan hij behoorlijk dreigend gedrag vertonen en dat is schrikken. Net als een duiveltje-uit-een-doosje dus!

Vingerdier

vingerdier

Je zou het waarschijnlijk niet zeggen als je het vingerdier zo ziet, maar hij is toch echt een soort maki. De aye-aye, zoals dit dier ook wel wordt genoemd , leeft ’s nachts. Hij dankt zijn naam aan zijn lange, skeletachtige middelvinger. Het vingerdier scharrelt zijn kostje bij elkaar door op bomen te trommelen. Door middel van echolocatie weet hij precies waar holtes zitten en met zijn lange middelvinger peurt hij de insecten eruit. Ook van dit dier zijn de bewoners van Madagaskar geen fan, want vingerdieren zouden ongeluk brengen, zo geloven zij.

Fretkat (Fossa)

fretkat

Het grootste roofdier op Madagaskar is de fretkat. Hij staat bovenaan de voedselketen op het eiland en stilt zijn honger onder andere met maki’s, vogels, slangen en tenreks. Hoewel dit dier wel wat wegheeft van een kat is hij geen familie van deze dieren en ook niet van de fret. Hij behoort tot de familie van madagaskarcivetkatten. Het leefgebied van de fossa wordt steeds kleiner door de intensieve boskap op Madagaskar. Naar schatting leven er nog maar zo’n 2.500 exemplaren van dit bedreigde dier in het wild.

Indri

Indri

De Indri is een halfaap, wat betekent dat hij wel wat van een aap wegheeft, maar geen echte aap is. Indri’s zijn de grootste, nog levende exemplaren in deze groep. Ze worden 64 tot 72 centimeter groot en hebben een zwart-witte vacht. In tegenstelling tot andere maki’s, hebben indri’s maar een kort staartje van vier à vijf centimeter. Ze leven in kleine familiegroepen, in de bomen in het noordoosten van Madagaskar.

Sifaka

Sifaka

Deze halfaap dankt zijn naam aan zijn roep die ongeveer klinkt als ‘Shiee faak’. Hiermee waarschuwen ze indringers dat ze beter om kunnen keren. Sifaka’s bewegen zeer gracieus van tak naar tak, maar zodra ze op de grond komen is het vooral grappig hoe ze zich verplaatsen. Door hun lange achterpoten en korte armen, kunnen ze zich niet op vier poten voortbewegen. In plaats daarvan hebben ze een soort aandoenlijke zijwaartse huppel ontwikkeld en worden ze ook wel ‘dansende maki’s’ genoemd.

Dyscophus (tomaatkikker)

Dyscophus

De tomaatkikker straalt aan alle kanten uit dat je hem maar beter niet op kunt eten. Zijn grote formaat (maximaal tien centimeter) en opvallende rode kleur zorgen er meestal al voor dat de tomaatkikker met rust gelaten wordt door slangen en vogels. Maar mocht dit niet genoeg zijn, dan kan hij zich ook nog opblazen als een ballon. Als laatste troef heeft deze kikker nog een wit goedje achter de hand, dat hij uitscheidt als hij toch op het menu van een roofdier dreigt te komen. Dit stofje irriteert de slijmvliezen van zijn aanvaller, waardoor hij van schrik de tomaatkikker laat vallen.

Panterkameleon

Panterkameleon

De mannelijke panterkameleon kan de meest prachtige kleuren aannemen. Hij heeft een enkele streep die van zijn kop tot staart loopt en vaak wat donkere vlekken en/of strepen op zijn poten en flanken. De mannetjes van deze soort hebben een stekelachtige rugkam. Met zijn opvallende kleuren gaat hij niet echt lekker op in de omgeving. En als hij zich opwindt of een vrouwtje probeert te verleiden, worden zijn kleuren nog intenser. De kleuren van de panterkameleon zijn dan ook niet zozeer bedoeld voor camouflage, maar geven zijn gemoedstoestand aan. De vrouwtjes hebben een veel bescheidener kleurenpalet met een grijze tot lichtbruine basiskleur en een roze tekening.

Blauwe coua

Blauwe coua
In het regenwoud van Madagaskar leeft de blauwe coua, een vogel uit de familie van koekoeken. De blauwe coua is het meest opvallende familielid, met zijn mooie blauwe verenkleed. De staartveren hebben een parelmoeren glans, waardoor ze bijna dieppaars lijken.

Malagassische girafkever

Malagassische girafkever

Zodra je een foto ziet van de Malagassische girafkever weet je direct waar hij zijn naam aan te danken heeft. Vooral de mannelijke exemplaren van deze kevers hebben een opvallend lange nek. Relatief gezien natuurlijk, want het beestje wordt maximaal 2,5 centimeter groot. De nek van het vrouwtje is twee tot drie keer korter dan die van het mannetje. Zijn lange nek gebruikt de girafkever voor het bouwen van een nestje, om zich te verdedigen en om te vechten. Door hun rode dekschild lijken ze misschien giftig, maar deze in 2008 ontdekte kever is geheel ongevaarlijk.

Madagaskarwitoogeend

Madagaskarwitoogeend

Alleen de mannelijke exemplaren van de madagaskarwitoogeend, de zeldzaamste vogel ter wereld, hebben daadwerkelijk een witte iris. Jonge vogels en vrouwtjes hebben bruine ogen. Een tijdlang leek de madagaskarwitoogeend uitgestorven te zijn, maar in 2006 stuitte een aantal biologen toch op een groepje in het Matsaborimenameer. In 2009 werden er eieren van deze dieren meegenomen, om ze kunstmatig uit te broeden. Het meer waar deze eenden leefden is namelijk zo vervuild geraakt door landbouwgif, dat er geen voedsel meer te vinden is voor hen. Daarom bereikten wilde kuikens ook bijna nooit de volwassen leeftijd. Ze kwamen om van de honger. Het experiment met de eieren was een succes en deze broedmachinekuikens hebben ondertussen zelf al eieren gelegd. Het is alleen de vraag waar de madagaskarwitoogeenden uitgezet kunnen worden, nu hun natuurlijke leefgebied zo is aangetast door de mens.

Ringstaartmaki

Ringstaartmaki

Deze favorieten uit de dierentuin komen in het wild alleen voor in de (tropische) bossen van Madagaskar. Het zijn echte groepsdieren, die zich met vijf tot dertig exemplaren ophouden binnen een territorium. De volwassen dieren zijn verantwoordelijk voor het markeren van dit gebied met stoffen uit hun geurklieren, maar ook urine en uitwerpselen. In hun territorium leven de ringstaartmaki’s vooral in bomen, maar voor hun siësta dalen ze vaak af naar de grond. Hier nemen ze een soort meditatiepose aan, met hun armpjes gespreid richting de zon.

Fanaloka

Fanaloka

De fanaloka behoort net als de fretkat tot de madagaskarcivetkatten. Maki’s zijn een wat te grote prooi voor dit roofdier. Hij voedt zich voornamelijk met vogels, knaagdieren en insecten. Je kunt dit dier ’s nachts tegenkomen in de dichte regenwouden van Madagaskar, maar af en toe maakt hij een uitstapje naar de naaldbossen.

Tenreks

Tenrec

De ene tenrek is de andere niet, zullen we maar zeggen. Deze zoogdiertjes werden lange tijd tot de insecteneters gerekend, maar tegenwoordig vormen ze samen met de goudmollen een eigen orde: Afrosoricida. Er zijn vier onderfamilies met verschillende soorten tenreks. Sommige lijken op egels, terwijl andere meer weg hebben van een spitsmuis of een mol. De gestreepte tenrek is wel een hele schattige verschijning: hij lijkt een beetje op een kruising tussen een spitsmuis en een egel, gehuld in een wespenpakje.

Kortstaartkameleons

Kortstaartkameleons

Kortstaartkameleons worden maximaal tien centimeter van kop tot staart, al stelt die staart niet zoveel voor, gezien de naam van deze hagedis. Er zijn ook miniatuurexemplaren die maar drie centimeter groot worden. Deze minikameleons behoren tot de kleinste onder de gewervelde dieren. De kortstaartkameleon is meestal bruin van kleur en je ziet hem daardoor makkelijk over het hoofd, omdat hij op een afgevallen blad lijkt.

Madagaskarbladneusslang

Madagaskarbladneusslang

Zowel het vrouwtje als het mannetje van de madagaskarbladneusslang heeft een opvallend gevormde snuit. Die van de vrouwelijke slangen doet echt aan een blad denken, terwijl mannen een spitsere punt hebben. Deze niet-giftige slang leeft in bomen en gaat dankzij zijn op een twijg lijkende lichaam uitstekend op in de omgeving.

Halfmaki

halfmaki

Een halfmaki is een maki én een halfaap. Volg je het nog? De bekendste zijn de gouden halfmaki en de grijze halfmaki, maar die laatste kent weer diverse ondersoorten. Deze vrij kleine primaten gaan watertanden bij het zien van een lekkere, verse bamboescheut, hun voornaamste voedsel. Alle soorten van deze grijsbruine dieren worden in hun voortbestaan bedreigd, met name doordat hun leefgebied vernietigd wordt door ontbossing.

Muismaki’

Muismaki

De dwergmuismaki en de rode muismaki zijn het eerst ontdekt, maar in de loop der tijd zijn er al veel nieuwe soorten muismaki’s bijgekomen. En wetenschappers denken dat er op Madagaskar nog veel meer onontdekte soorten van deze nachtactieve omnivoren rondlopen. Ze mogen dan niet zo groot zijn, het lichaam van een gemiddelde muismaki meet tussen de 23 en 29 centimeter, ze spelen wel een belangrijke rol bij het bestuiven van bloemen op het eiland. En ook al zou je het niet zeggen als je ze zo ziet, maar deze kleine aapjes hebben veel genetische overeenkomsten met de mens. Ze worden zelfs getroffen door aandoeningen als hart- en vaatziektes en alzheimer, wat wetenschappers heeft doen besluiten om deze diertjes in hun natuurlijke habitat goed te bestuderen. Ze worden alleen gevolgd door middel van een microchipje en kunnen verder lekker hun gang gaan in de bossen van Madagaskar. Wie weet is er binnenkort dankzij de kleine muismaki een medicijn tegen alzheimer beschikbaar!

Gek op dieren? Volg onze facebook pagina en mis geen bericht als deze meer.